GREEN investeringssteun
Subsidies voor ondernemingen in Vlaanderen die fossiele energie voor warmte of productieprocessen vervangen, elektrificeren of energie-efficiënter gebruiken.
GREEN steunt bijvoorbeeld industriële warmtepompen voor proceswarmte, de omschakeling van een fossiel productieproces naar elektriciteit, of toevoegingen zoals warmterecuperatie en warmteopslag aan een bestaande fossiele installatie. Afgevangen CO₂ moet in je eigen productieprocessen op een Vlaamse vestiging gebruikt worden om de koolstofkringloop te sluiten. Je moet aantonen dat de CO₂-bron niet vermeden kan worden door andere maatregelen, zoals stoppen met fossiele brandstoffen. De technologie moet verder gaan dan wat gangbaar is. Bekijk eerst de ecologiepremie+: GREEN richt zich normaal op technologieën die niet op die lijst staan.
Voor elektrificatie, energie-efficiëntie en afvang van CO₂ voor gebruik in de productie bedraagt de subsidie 20–40% van de ecologische meerkost. Dat is de aanvaarde investeringskost zonder btw min de kost van een technisch vergelijkbare standaardinstallatie met dezelfde productiecapaciteit. Voor productie van hernieuwbare energie bedraagt de steun 35–55% van de volledige aanvaarde investering. Kmo’s krijgen hogere percentages dan grote ondernemingen. Ook de milieuwinst per geïnvesteerde euro bepaalt het percentage: ecoklasse A vereist een kosteneffectiviteit van minstens 1,5; voor ecoklasse B moet die groter dan nul en kleiner dan 1,5 zijn. Een negatieve kosteneffectiviteit is uitgesloten.
De totale steun is maximaal €1 miljoen per onderneming over drie jaar, vanaf de eerste goedgekeurde aanvraag. De totale projectkosten moeten minstens €50.000 bedragen. Alleen engineering, investeringen en installatie die gefactureerd worden door derden tellen mee voor de subsidieberekening. Die derden moeten minder dan 25% gerelateerd zijn aan de aanvrager en mogen volgens de EU-definitie geen partner- of verbonden onderneming zijn. Voorstudies, infrastructuurwerken, interne kosten, werkingskosten en afbraak van oude installaties worden niet gesteund. Je moet de investering over minstens drie jaar afschrijven.
Voorwaarden
Zelfstandigen, vennootschappen met rechtspersoonlijkheid, Europese economische samenwerkingsverbanden en vzw’s met een commerciële activiteit kunnen aanvragen. Een maatschap zonder rechtspersoonlijkheid is uitgesloten. De investeringsvestiging moet in het Vlaams Gewest liggen en ingeschreven zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Je mag die vestiging na de aanvraag oprichten, maar ze moet bestaan tijdens de uitvoering.
- De investering moet beroepsmatig gebruikt worden en mag niet enkel verhuurd worden. Landbouw, visserij en aquacultuur zijn uitgesloten als investeringsactiviteit. Een onderneming uit die sectoren kan wel steun krijgen voor een andere activiteit, zoals een winkel of B&B.
- Ondernemingen in moeilijkheden, ontbinding, stopzetting, faillissement of vereffening, met een lopende insolventieprocedure of een Europese procedure tot terugvordering van steun zijn uitgesloten. Ondernemingen onder dominerende invloed van een overheid zijn normaal uitgesloten; vanaf 50% overheidsparticipatie geldt een weerlegbaar vermoeden. Met private middelen gefinancierde warmtenetten, walstroom, energiedelen en industriële waterzuivering vormen uitzonderingen.
- Elke vestiging binnen de doelgroep van EBO Vlaanderen moet toetreden tot een energiebeleidsovereenkomst en die naleven. Voor 2023–2026 gaat het om energie-intensieve vestigingen met een finaal energiegebruik van minstens 0,1 PJ. Met een energieaudit en energieplan werken zij aan een hogere energie-efficiëntie dan wettelijk vereist. Bekijk de officiële EBO-doelgroep en verplichtingen. Je moet de investering vijf jaar na beëindiging behouden en exploiteren en de Vlaamse regelgeving naleven. De beëindigingsdatum is de laatste van de laatste factuur, de akte voor aanvaardbaar vastgoed of de ondertekening van de laatste of enige leasingovereenkomst.
- Wettelijk verplichte investeringen zijn uitgesloten. De prestaties moeten beter zijn dan de geldende normen. Anticiperen op een toekomstige norm kan als de investering minstens 18 maanden vóór de inwerkingtreding voltooid is. Je mag voor dezelfde aanvaarde investeringskosten geen andere steun ontvangen, ook geen verhoogde investeringsaftrek.
- Verbranding, pyrolyse en vergassing van hout of andere biomassa, batterijen, transporttechnologieën, PV-panelen, windturbines, CO₂-opslag, nieuwe hybride installaties en installaties die standaard elektrisch zijn, zijn uitgesloten. Toevoegingen die een bestaande fossiele installatie verbeteren kunnen wel; een nieuwe, efficiëntere fossiele installatie niet. Standaardisolatie, ramen, verlichting en energiemanagementsystemen voor gebouwen worden niet gesteund. Luchtgebaseerde warmtepompen voor klimatisatie, sanitair warm water of zwembaden zijn uitgesloten. Andere steunbare klimatisatietechnologieën moeten niet-residentiële gebouwen of woonzorgcentra bedienen.
Staat je technologie op de lijst van de ecologiepremie+, maar is jouw type onderneming daar uitgesloten? Dan kan je via GREEN aanvragen. De handleiding noemt vzw’s als voorbeeld.
Een patrimoniumvennootschap uit dezelfde groep kan de investering uitvoeren. De exploitatievennootschap vraagt aan en ontvangt de steun; de patrimoniumvennootschap boekt en schrijft de activa af en stelt ze minstens vijf jaar na beëindiging ter beschikking. De groepsvoorwaarde is een rechtstreekse of onrechtstreekse participatie van minstens 25% tussen beide vennootschappen, of een persoon of rechtspersoon die minstens 25% in beide bezit. Investeren bij een andere onderneming kan ook als je de investering minstens vijf jaar uitsluitend ten gunste van die onderneming exploiteert. Beide ondernemingen moeten aan de programmavoorwaarden voldoen.
Investeringen zijn uitgesloten als de ecologische meerkost zich in minder dan twee jaar terugverdient. Het gaat om de extra kosten tegenover de standaardinvestering die door besparingen of opbrengsten worden terugverdiend, niet om de terugverdientijd van de volledige investering.
“Onderneming in moeilijkheden” is een Europese toets van de financiële gezondheid, niet zomaar een onderneming met praktische problemen. VLAIO gebruikt voorgeschreven berekeningen op basis van je jaarrekening. Bij verbonden ondernemingen is ook een groepsberekening nodig. Gebruik de officiële toets en rekenmodules van VLAIO. Blijkt uit de laatst gepubliceerde jaarrekening dat je onderneming in moeilijkheden is, dan moet je dat vóór indiening verhelpen. Voeg bewijsstukken en geattesteerde tussentijdse cijfers toe die bij indiening maximaal drie maanden oud zijn.
De toelichting geeft een uitzondering voor kmo’s die minder dan drie jaar bestaan. Kleine ondernemingen die meer dan drie maar minder dan vijf jaar bestaan, kunnen onder artikel 22 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening starterssteun krijgen, met plafonds en specifieke verplichtingen. Bij een groep bepalen de groepsgrootte en de leeftijd van de oudste verbonden onderneming deze uitzonderingen. De bovenstaande uitsluitingen rond insolventie en rechtstoestand blijven gelden.
Aanvragen
- Status
- Doorlopend open
Vraag via het aanmeldingsformulier bij de aanvraaginstructies een voorbespreking met een VLAIO-bedrijfsadviseur. Dien daarna in via e-loketondernemers met de projectbeschrijving, de Excel-projectbegroting en de bepaling van de ondernemingsgrootte. Beschrijf de standaardinvestering, milieuwinst en vergunningsstatus en verklaar dat de investering niet wettelijk verplicht is en geen andere steun ontvangt.
Dien in vóór de start. Je mag ten vroegste starten op de eerste dag van de maand na indiening, los van de goedkeuringsdatum. De start is de datum van de engineeringfactuur of eerste aankoopfactuur, of de ondertekening van een financiële leasingovereenkomst. Bij indiening op 15 april kan je dus vanaf 1 mei starten.
Aanvragen worden in volgorde van indiening behandeld, als ontbrekende informatie binnen twintig werkdagen wordt aangeleverd. Na goedkeuring moet je binnen twaalf maanden starten en uiterlijk drie jaar na de beslissingsdatum klaar zijn.
De steun wordt in twee schijven van 50% betaald. Vraag de eerste aan zodra minstens de helft van de aanvaarde kosten uitgevoerd is, met facturen of leasingovereenkomsten en bewijs van activering in de boekhouding. Vraag de tweede uiterlijk twaalf maanden na beëindiging aan met dezelfde soorten bewijsstukken. De steun is pas definitief na goedkeuring van de gerapporteerde kosten en kan bij vastgestelde onrechtmatigheden worden herzien.