Dutch Diamonds Partnerships
Subsidie voor partnerschappen met een Nederlandse vestiging die klimaatbestendige oplossingen voor water, voedsel en andere duurzame sectoren opschalen in geselecteerde partnerlanden.
Dutch Diamonds Partnerships ondersteunt meerjarige projecten voor betere watervoorziening en bescherming tegen overstromingen, voedselzekerheid of duurzame markten in aangewezen sectoren. Bedrijven, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en lokale overheden werken samen om producten en diensten die zich al in de praktijk hebben bewezen, op grotere schaal toe te passen. De penvoerder ontvangt de subsidie en is verantwoordelijk voor de uitvoering door het partnerschap.
De subsidie vergoedt maximaal 70% van de subsidiabele projectkosten, met €500.000 tot €3 miljoen per project. Partners dragen minstens 30% bij met eigen geld of gewerkte uren. Door derden geschonken apparatuur en andere vaste activa tellen niet mee als eigen bijdrage. De bijdrage mag ook niet direct of indirect worden gefinancierd uit subsidies of bijdragen van Buitenlandse Zaken of Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Elk project moet uitleggen hoe het blijvende klimaatverbeteringen oplevert en bestand is tegen klimaatverandering. De beoordeling kijkt ook naar de bijdrage aan klimaataanpassing of uitstootvermindering, gendergelijkheid en minder druk op biodiversiteit. De activiteiten starten binnen drie maanden na subsidieverlening en duren maximaal vijf jaar.
Subsidieontvangers dienen tussentijdse en eindrapportages over activiteiten en financiën in. Voor projecten boven €5 miljoen is een externe evaluatie verplicht.
Voorwaarden
- De penvoerder heeft een statutaire zetel in Nederland, of een statutaire zetel in het buitenland met een vestiging of vaste inrichting in Nederland. Het partnerschap telt maximaal zes organisaties en bevat een onderneming met deze Nederlandse aanwezigheid; een lokale onderneming, maatschappelijke organisatie of kennisinstelling; een maatschappelijke organisatie of kennisinstelling, lokaal of niet-lokaal; en een lokale overheidsinstelling. Kan die overheid de partnerschapsovereenkomst niet meteen ondertekenen, dan is een ondertekende intentieverklaring nodig om binnen drie maanden na subsidieverlening te tekenen. Elke partner is een rechtspersoon. Een lokale maatschappelijke organisatie heeft een statutaire zetel in het partnerland en rechtspersoonlijkheid volgens het lokale recht. Een lokale onderneming is geregistreerd in het partnerland waar het gesubsidieerde werk plaatsvindt en heeft private rechtspersoonlijkheid volgens het lokale recht. Voor deze lokale rollen geldt dus een andere registratievoorwaarde dan voor de Nederlandse aanwezigheid hierboven, waarvoor ook een vestiging of vaste inrichting is toegestaan. Ook de penvoerder heeft zelf belang bij het bereiken van de projectdoelen. De doelstellingen van de partners passen bij het programma; zij hebben de nodige ervaring en kunnen hun financiën adequaat beheren.
- Kies één thema. Waterprojecten verbeteren de toegang tot water of pakken overstromingen, droogte en vervuiling aan. Waterrisico’s in landbouw of voedselverwerking vallen verplicht onder het gecombineerde water-voedselthema, met de eisen voor partners uit beide sectoren en een aanpak voor het hele landschap. Voedselprojecten verbeteren de lokale voedselzekerheid. Exportketens en gewassen zoals koffie of cacao passen alleen als hun meerwaarde voor de lokale markt en voedselsituatie is aangetoond. Het gecombineerde water-voedselthema vereist partners uit beide sectoren en een aanpak voor het hele landschap en watersysteem, met aandacht voor de totale waterbeschikbaarheid en alle gebruikers. Alleen de irrigatie op één boerderij verbeteren is onvoldoende.
- Water-, voedsel- en gecombineerde projecten vinden gewoonlijk plaats in Bangladesh, Benin, Colombia, Ivoorkust, Egypte, Ethiopië, Ghana, India, Indonesië, Irak, Jordanië, Kenia, Libanon, Marokko, Mozambique, Nigeria, Senegal, Zuid-Afrika, Tunesië, Uganda of Vietnam. Voor duurzame marktontwikkeling moet de combinatie van partnerland en sector of waardeketen voorkomen in annex 1 van de officiële regels. Nigeria omvat bijvoorbeeld zonne-energie en Zuid-Afrika groene waterstof.
- Regionale partnerschappen die bijdragen aan de Nederlandse Global Gateway Northern Corridor kunnen werken in Kenia, Uganda, Rwanda en DR Congo; voor de Lobito Corridor gaat het om Angola, DR Congo en Zambia. Een aanvraag betreft normaal één partnerland. Meerdere landen zijn toegestaan voor grensoverschrijdend beheer van een rivier, meer, stroomgebied of ecosysteem, activiteiten die rechtstreeks bij deze corridors aansluiten, of een overtuigend onderbouwde noodzaak voor een meerlandenaanpak.
- Een organisatie kan per ronde voor maximaal twee aanvragen als penvoerder subsidie krijgen en daarnaast in andere aanvragen partner zijn. Aanvragen met dezelfde organisatie moeten verschillende landen of verschillende thema’s betreffen: slechts één aanvraag per combinatie van land en thema is toegestaan. Anders wordt alleen de eerst ingediende aanvraag behandeld. Komt gemiddeld over de afgelopen vijf boekjaren meer dan 50% van de jaarlijkse inkomsten van de penvoerder direct of indirect uit middelen van Buitenlandse Zaken of Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, dan kan die organisatie per ronde slechts één keer subsidie krijgen, als penvoerder of andere partner.
- Uitgesloten zijn activiteiten met een commercieel doel, op zichzelf staande export of investeringen, productonderzoek en -ontwikkeling, losse trainingen buiten het meerjarige project, het genereren van vrijwillige koolstofkredieten, activiteiten gericht op het verspreiden van een geloof of levensovertuiging en verboden discriminatie. Producten en diensten moeten zich al hebben bewezen voor opschaling. Financiële activiteiten zijn uitgesloten, behalve verzekeringssystemen en de ontwikkeling van specifieke kredietproducten in partnerlanden. Ook uitgesloten zijn activiteiten die al direct of indirect uit de twee genoemde Nederlandse begrotingen worden gefinancierd, en activiteiten van organisaties die tijdens het programma een instellingssubsidie van Buitenlandse Zaken ontvangen.
- Projecten mogen geen significante schade veroorzaken aan milieu, biodiversiteit of klimaat. Steenkool en exploratie of ontwikkeling van nieuwe olie- en gasvoorraden zijn uitgesloten. Werk aan bestaande olie- en gasvoorraden is alleen mogelijk voor betere milieuprestaties, veiligheid of gezondheid, zonder de economische levensduur van de infrastructuur te verlengen.
- Partners volgen de OESO-richtlijnen voor verantwoord ondernemen en voeren geen activiteiten op de FMO-uitsluitingslijst uit. Zij beoordelen milieu- en sociale risico’s en nemen maatregelen om die te beperken. Partners melden schendingen van de richtlijnen direct bij RVO en werken mee met het Nederlandse OESO-contactpunt als daar een melding over een onderneming is gedaan. Nederlandse ondernemingen leveren de verplichte MVO-zelfscan aan. Partners hebben een integriteitsbeleid en procedures om ernstig wangedrag, waaronder seksuele uitbuiting, misbruik en intimidatie, te voorkomen, onderzoeken en snel te melden. Kinderarbeid en dwangarbeid zijn verboden; aanwijzingen hiervoor bij een partner moeten direct aan RVO worden gemeld.
- Subsidiabele kosten zijn noodzakelijk en worden gemaakt na indiening van de aanvraag. Projectmanagement en coördinatie bedragen maximaal 20% van de subsidiabele kosten; projectopbrengsten worden ervan afgetrokken. Personeel, gebruik van toegestane activa, gefactureerde goederen of diensten van derden, reizen en verblijf kunnen in aanmerking komen. Bij activa die langer meegaan dan het project tellen normaal alleen de afschrijvingen tijdens het project mee. De aanschafprijs kan meetellen als de activa aan het einde worden geschonken aan een lokale organisatie buiten het partnerschap, met bewijs van overdracht. Reguliere bedrijfsvoering, onderzoek en ontwikkeling behalve demonstratieactiviteiten, aanvraagvoorbereiding, financieringskosten en rente, grond en bestaande gebouwen, licenties, registratie en onderhoud van intellectuele eigendom, inflatie- en wisselkoerskosten en aftrekbare btw zijn uitgesloten.
Aanvragen
- Status
- opent 7 dec 2026
- Opent
- Sluit
- Voorwaarden voor deze aanvraagronde
- Mail de verplichte quickscan vóór 26 oktober 2026 om 17.00 uur CET naar RVO.[^c12][^c19]
Kies op de programmapagina van RVO het passende thema en download het bijgewerkte DDP-quickscanformulier. Mail de ingevulde quickscan met bijlagen vóór 26 oktober 2026 om 17.00 uur CET naar ddp@rvo.nl. Dit adviestraject is verplicht. Het advies van RVO is niet bindend: na een positief of negatief advies kun je een aanvraag indienen met het referentienummer van het advies.
Dien tijdens de aanvraagperiode het voorgeschreven RVO-formulier met de vereiste bijlagen in. Vul de aanvraagbijlagen in het Engels in. Een uitzondering geldt voor de jaarrekeningen van partners die minstens €25.000 uit eigen middelen bijdragen: die mogen in het Nederlands of Engels worden aangeleverd. Voeg een projectplan toe met de verwachte veranderingen, klimaatvoordelen en klimaatbestendigheid; een businesscase met doelen, haalbaarheid op de markt, kosten, baten en risico’s; een plan voor het volgen van resultaten en leren; de begroting met de eigen bijdrage per partner; partnerformulieren en een ondertekende partnerschapsovereenkomst; jaarrekeningen; en een jaarlijkse liquiditeitsprognose per partner. Kan een lokale overheid niet direct tekenen, voeg dan de ondertekende intentie toe om binnen drie maanden na subsidieverlening te tekenen.
Lever de jaarrekeningen van de penvoerder over de twee voorgaande jaren aan, gecontroleerd als die beschikbaar zijn; anders zijn ongecontroleerde jaarrekeningen toegestaan. Deze documenten zijn ook nodig voor iedere partner die minstens €25.000 uit eigen middelen bijdraagt en mogen in het Nederlands of Engels worden aangeleverd. Voeg de inkomstenbronnen van de penvoerder over vijf boekjaren toe en loongegevens van partners die hun uurtarief met loonkosten plus vaste opslag berekenen.
Aanvragen concurreren per thema op kwaliteit. Ze moeten minstens 70 van de 100 punten behalen, met minimumscores voor beleidsbijdrage, partnerschap en aanpak. Voldoen aan de voorwaarden garandeert geen subsidie.