WIS-investeringssubsidie voor warmtenetten
Subsidie voor investeerders die een warmtenet aanleggen of uitbreiden om bestaande woningen en gebouwen van het aardgas te halen.
WIS ondersteunt de aanleg of uitbreiding van een wijkdistributienet: de lokale leidingen, overdrachtstations en aansluitingen die warmte naar gebouwen brengen. U kunt ook het gekoppelde primaire net opnemen, dat warmte vanaf de bron vervoert, en bewezen thermische opslag die warmte aan het net levert. U moet de subsidiabele investeringskosten zelf maken en betalen, op uw balans activeren en tijdens de projectperiode maken. Directe loonkosten voor de aanleg komen tot €65 per uur in aanmerking.
U krijgt maximaal 30% van de subsidiabele investeringskosten. Voor middelgrote ondernemingen geldt maximaal 40% en voor kleine ondernemingen 50%. Daarnaast gelden afzonderlijke grenzen: €7.000 per meetellende aansluiting voor het wijkdistributienet en €4.000 per meetellende aansluiting voor het primaire net en/of thermische opslag. Loonkosten en kosten van derden tellen mee binnen deze grenzen. De grens die u als eerste bereikt bepaalt het bedrag, met maximaal €30 miljoen per project.
Bij individuele aansluitingen vallen de investeringen tot en met de nieuwe afleverset onder de subsidie; ieder appartement heeft een eigen nieuwe afleverset nodig. Bij een warmtepomp die ook als afleverset dient, komen alleen de onderdelen van de afleverset in aanmerking. Bij een blokaansluiting stopt de subsidie bij de gevel. Warmtebronnen, warmtepompen zelf, binneninstallaties na de afleverset en werk achter de gevel bij blokaansluitingen vallen erbuiten. Onderdelen uitsluitend voor nieuwbouw, aansluitingen boven 100 kW of proceswarmte vallen erbuiten; gezamenlijke netonderdelen kunnen wel meetellen. Klantenwerving, financiering en algemene administratie vallen ook erbuiten.
Voorwaarden
- U bent de onderneming die voor eigen kosten en risico investeert, de kosten betaalt en het net op de balans zet. Het projectplanmodel noemt de aanvrager als toekomstige eigenaar en exploitant. Warmtebedrijven en warmtecoöperaties kunnen aanvragen. Een gemeente kan niet rechtstreeks aanvragen, maar een gemeentelijk warmtebedrijf of een warmtebedrijf waarin een gemeente deelneemt wel. Een project-BV moet vóór de aanvraag zijn opgericht.
- Het net levert aan minimaal 250 aansluitingen van maximaal 100 kW, of woningen achter een blokaansluiting, verspreid over minstens vijf bestaande gebouwen. Het projectgebied is geografisch aaneengesloten. U mag eerst delen aansluiten, maar een primair net moet voldoende capaciteit hebben voor de toekomstige warmtevraag van het hele gebied.
- Vanaf de einddatum van het project moet de geleverde warmte strikt minder dan 25 kg CO₂ per gigajoule uitstoten. Toon dit aan met het rapportagemodel voor duurzaamheid van RVO. Bij een nieuw of ingrijpend gerenoveerd net of warmtebron mag het fossiele brandstofgebruik niet stijgen ten opzichte van het gemiddelde over de laatste drie jaar. Nieuwe fossiele bronnen in dat systeem mogen alleen aardgas gebruiken. Een renovatie is ingrijpend als deze meer dan 50% kost van een vergelijkbaar nieuw systeem.
- Toon aan dat het net in gebruik wordt genomen, de beoogde afnemers warmte zullen afnemen en uw project aansluit op de gemeentelijke warmtetransitieplannen. Betrek warmteproducenten, afnemers, gemeente en andere noodzakelijke partners met onderbouwde afspraken. De beoogde kleinverbruikers krijgen een aanbod tegen een realistische marktprijs. Onderbouw waarom subsidie nodig is en waarom het project technisch, economisch en juridisch haalbaar is, met een geloofwaardige financiering van uw eigen bijdrage.
- Vraag aan voordat u start of bindende verplichtingen aangaat, zoals een contract met de aannemer of een warmteleveringscontract met klanten. Dit geldt ook als u nog niet heeft betaald. Knip afhankelijke investeringen niet op om Europese steundrempels te ontwijken. Bij de goedkeuring moet RVO vaststellen dat uw onderneming volgens de financiële toets in de Europese staatssteunregels geen “onderneming in moeilijkheden” is. Controleer dit met de verplichte verklaring en het beslisschema van RVO, op basis van recente jaarcijfers en de aandelenverhoudingen van uw groep. Eerdere WIS voor hetzelfde project verhindert een nieuwe toekenning, tenzij deze onherroepelijk is ingetrokken of vastgesteld.
- Begin normaal binnen zes maanden na de toekenning met subsidiabele kosten. Neem binnen één jaar het investerings- en financieringsbesluit, verstrek binnen drie jaar de aanlegopdracht en rond het project binnen zeven jaar af. Bij deelopdrachten moet de eerste een substantieel deel van de subsidiabele investering omvatten. Meld besluiten en opdrachten aan RVO. De minister kan deze termijnen op verzoek verlengen als dat passend en geboden is.
- Meld andere publieke subsidies, garanties en gunstige leningen voor de beoordeling van de steuncombinatie. Bijdragen van gemeenten, provincies, waterschappen, gemeenschappelijke openbare lichamen en andere bestuursorganen gelden als publieke cofinanciering en blijven buiten de berekening van het nationale maximum per project. SDE++ verlaagt WIS niet, maar WIS kan de latere maximale-steuntoets voor SDE++ beïnvloeden. SAH kan ook worden gecombineerd zonder verlaging van beide subsidies; de aansluitbijdragen moeten in beide aanvragen overeenkomen.
Aanvragen
- Status
- sluit 30 nov 2026
- Opent
- Sluit
- Voorwaarden voor deze aanvraagronde
- Volledige aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld; bij budgetoverschrijding op één dag geldt een loting.[^c16]
U kunt eerst een kort projectidee naar RVO sturen voor een adviesgesprek. RVO beoordeelt uw geschiktheid bij de volledige aanvraag. Vraag aan via “Direct aanvragen” op de WIS-pagina van RVO. Volledige aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld. Als meerdere volledige aanvragen op dezelfde dag het budget overschrijden, bepaalt een loting de volgorde.
Gebruik het projectplanmodel en de nieuwste exploitatieberekening van RVO, momenteel de versie van juli 2026. Lever een samenhangend projectplan, exploitatieberekening, mijlpalenbegroting, financieringsplan, netontwerp en kostenoverzicht, duurzaamheidsberekening en onderbouwde afspraken met partners aan. Voeg vergunningen of concessies toe als deze van toepassing zijn, de verklaring geen onderneming in moeilijkheden en voor het hogere mkb-percentage een mkb-verklaring.
De exploitatieberekening laat investeringen, opbrengsten en economische haalbaarheid zien. Ga uit van de nieuwste maximale ACM-warmtetarieven. Onderbouw afwijkende bedragen en aannames voor netkosten in het projectplan met documenten. Een opgegeven tariefkorting moet u daadwerkelijk aan afnemers bieden. Is de netto contante waarde inclusief subsidie negatief, dan dekken de berekende toekomstige opbrengsten na omrekening naar hun huidige waarde de kosten niet. Voeg dan een verklaring toe over hoe u het resterende tekort financiert.
Rapporteer na toekenning jaarlijks over inhoudelijke en financiële voortgang, bewaar de projectadministratie en meld belangrijke wijzigingen direct, waaronder andere publieke steun en veranderingen in de warmtebronnen. Vraag binnen dertien weken na de goedgekeurde einddatum vaststelling aan. RVO beoordeelt de werkelijke kosten en uitvoering en verrekent de definitieve subsidie met voorschotten. Lagere kosten of niet uitgevoerd werk kunnen de subsidie verlagen.