MOOI-subsidie voor innovatie in de gebouwde omgeving

Rijksdienst voor Ondernemend NederlandNederlandtot 4 mln. EURgesloten

Subsidie voor samenwerkingsverbanden die betaalbare oplossingen ontwikkelen om bestaande gebouwen te verduurzamen of duurzame energiesystemen voor wijken en bedrijventerreinen te combineren.

Ontwikkel een combinatie van producten, diensten of processen waarmee verduurzaming van gebouwen makkelijker, sneller en goedkoper wordt. Ook oplossingen voor de hele branche passen hierbij. Een andere mogelijkheid is een energiesysteem voor een wijk, bedrijventerrein, kantoor- of winkelgebied: een combinatie van duurzame opwek van elektriciteit, warmte of koude, distributie, levering en opslag, afgestemd op de toekomstige vraag van gebouwen, bedrijven en elektrisch vervoer. De innovatie moet bijdragen aan een betaalbare, betrouwbare, duurzame en veilige omgeving en energievoorziening.

De subsidie ondersteunt industrieel onderzoek: nieuwe kennis opdoen om producten, processen of diensten te ontwikkelen of aanzienlijk te verbeteren. Ook experimentele ontwikkeling is mogelijk: bestaande kennis gebruiken om oplossingen te ontwikkelen en te testen. Pilots die verdere technische verbeteringen beogen kunnen deel uitmaken van het project; voor een project dat helemaal uit een pilot bestaat verwijst RVO naar DEI+. Bij apparatuur houdt u rekening met afschrijving en restwaarde. Verbruikte materialen en uitbesteding kunnen ook subsidiabel zijn. Binnen vijf jaar na de projectstart moet de innovatie voor het eerst worden toegepast in een gebouw of gebied waarvoor zij is ontwikkeld; grootschalige uitrol hoeft dan nog niet.

Voor 2026 geldt maximaal €4 miljoen subsidie per project. De maximale percentages van de subsidiabele kosten zijn 60% voor kleine, 50% voor middelgrote en 40% voor grote ondernemingen. Onderzoeksorganisaties kunnen 80% krijgen voor niet-economische activiteiten, zoals onafhankelijk onderzoek. Contractonderzoek is doorgaans economisch en valt niet onder dat percentage van 80%. Houd economische en niet-economische activiteiten gescheiden in uw boekhouding.

Overige activiteiten kunnen bijdragen aan de innovatie, bijvoorbeeld nieuwe verdienmodellen, standaardisatie en projectmanagement. De subsidie hiervoor is samen maximaal 5% van de totale subsidiabele projectkosten, €350.000 per project en €300.000 per onderneming. Bij bedrijven zijn deze activiteiten altijd economisch en is een de-minimisverklaring nodig: daarmee toont u aan dat er nog ruimte is binnen de grens van €300.000 staatssteun over drie jaar. Verbonden bedrijven tellen als één onderneming. Voor onderzoeksorganisaties geldt in deze categorie alleen brede verspreiding van onderzoeksresultaten, zonder exclusiviteit of discriminatie, als niet-economisch.

Voorwaarden

  • Het samenwerkingsverband bevat minstens drie ondernemingen die niet binnen één groep verbonden zijn, met aanvullende kennis en vaardigheden. Deelnemers dragen eigen kosten en risico's. Betrek gebruikers, gebouweigenaren en bouwers; volledige uitbesteding telt niet als samenwerking. De financiële en inhoudelijke bijdragen moeten evenwichtig zijn.
  • Ondernemingen die subsidie ontvangen moeten bij de betaling een vaste inrichting of dochteronderneming in Nederland hebben. Een postbus volstaat niet. Een buitenlandse onderneming zonder deze aanwezigheid kan zonder subsidie meedoen; haar subsidiabele kosten kunnen meetellen als in-kind bijdrage.
  • Het project heeft minimaal €2 miljoen subsidiabele kosten. Onderzoeksorganisaties dragen maximaal 50% daarvan. Iedere deelnemer die subsidie ontvangt moet uitkomen op minstens €25.000 subsidie. Een onbetaalde bijdrage telt alleen mee als het toepasselijke percentage fictief ook minstens €25.000 subsidie zou opleveren.
  • De rijksoverheid, provincies, gemeenten en openbare lichamen volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen kunnen meedoen, maar geen subsidie ontvangen. Waterschappen kunnen dat wel.
  • Voor de volledige percentages voor bedrijven is daadwerkelijke samenwerking nodig: minstens één bedrijf is een mkb'er en geen bedrijf draagt meer dan 70% van de subsidiabele kosten, óf onderzoeksorganisaties dragen minstens 10% en mogen hun eigen resultaten publiceren. Anders dalen de subsidiepercentages voor ondernemingen met 15 procentpunten.
  • De ontwikkeling van producten, diensten of processen rond waterstof of groen gas is in beide innovatiethema's uitgesloten. Routinematige wijzigingen aan bestaande producten of processen gelden niet als onderzoek en ontwikkeling, ook als het verbeteringen zijn.
  • Het project duurt maximaal vier jaar. Regel de financiering van uw eigen aandeel vóór de definitieve aanvraag. Gebruikt u de vaste-uurtariefsystematiek, dan kunt u uw eigen aandeel niet alleen betalen met loonuren die tegen dat tarief zijn berekend. Onderbouw de technische haalbaarheid en slaagkans op de Nederlandse markt. Start geen werk, maak geen kosten en ga geen verplichtingen aan vóór de definitieve aanvraag; start binnen zes maanden na subsidieverlening.
  • Ondernemingen moeten normaal voldoen aan de Europese toets voor financiële moeilijkheden, die onder meer insolventie beoordeelt. Gebruik het beslisschema en de ondertekende verklaring van RVO. Een onderneming in moeilijkheden kan onder de de-minimisregels aanvragen als er voldoende steunruimte over is, tot €300.000 over drie jaar.
  • Doet een onderzoeksorganisatie mee, sluit dan vóór de projectstart een ondertekende samenwerkingsovereenkomst over kosten, risico's, resultaten en intellectuele eigendom en lever deze bij RVO aan. Start u vóór de subsidieverlening, dan moet RVO de ondertekende overeenkomst tijdens de beoordeling en uiterlijk bij de verlening ontvangen. Maak een plan om tijdens het project kennis te delen; concurrentiegevoelige informatie hoeft u niet openbaar te maken.
  • Voor overige economische activiteiten is de-minimisruimte nodig. Er gelden beperkingen voor visserij en aquacultuur, primaire landbouwproductie en de in de de-minimisverordening genoemde gevallen van verwerking en afzet van landbouwproducten.

Meld andere publieke financiering. Bijdragen van provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen, en steun uit SDE++, Horizon 2020, EU-REACT en NOW, worden niet automatisch afgetrokken. De maximale steunruimte blijft wel gelden. Andere rijkssubsidies worden van MOOI afgetrokken. Onderzoeksorganisaties kunnen hun eigen aandeel betalen met lokale publieke bijdragen, en met algemene rijksbijdragen voor exploitatie of investeringen als de beschikking de activiteiten toestaat. Andere rijkssubsidies worden afgetrokken.

Aanvragen

Status
gesloten
Opent
Sluit
Voorwaarden voor deze aanvraagronde
  • Alleen na verplichte vooraanmelding en advies van de Adviescommissie MOOI; de fase van 2026 is gesloten.

Aanvragen is momenteel niet mogelijk. Voor 2026 was een vooraanmelding van 17 maart tot en met 16 april verplicht. Daarna moest het samenwerkingsverband advies van de Adviescommissie MOOI ontvangen voordat het definitief kon aanvragen. Eén vooraanmelding leidde tot één aanvraag; de definitieve aanvraagperiode liep van 2 juni tot en met 3 september. Volg de officiële missiepagina van RVO voor volgende aankondigingen.

Wijs voor de definitieve aanvraag één deelnemer als penvoerder aan die via het online loket van RVO indient. Iedere deelnemer ondertekent een machtiging. De penvoerder gebruikt eHerkenning niveau 3 met machtiging RVO-diensten op eH3. Voeg het projectplan, de begroting en de verklaringen over financiële moeilijkheden of de-minimissteun toe. Neem meetbare, tijdgebonden mijlpalen op en leg vast wanneer u werk voortzet of stopt. Onbetaalde deelnemers leveren een ondertekende verklaring op eigen briefpapier met hun bijdrage, activiteiten en reden om zonder subsidie mee te doen.

Dit is een tender: projecten moeten voldoende kwaliteit hebben en krijgen subsidie in volgorde van rangschikking totdat het budget op is. Bij een project dat langer dan twaalf maanden duurt rapporteert u jaarlijks over de voortgang. Vraag na afloop vaststelling aan via de pagina voor projectbeheer van RVO.

Officiële bronnen