NIKI-subsidie voor minder industriële uitstoot

Rijksdienst voor Ondernemend NederlandNederlandopent 16 nov 2026

Subsidie voor industriële ondernemingen in Nederland die op commerciële schaal grote productie-installaties bouwen of aanpassen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.

NIKI ondersteunt investeringen in productie-installaties en de eerste tien jaar waarin deze draaien. Het gaat om projecten die de uitstoot rechtstreeks in het productieproces verminderen, bijvoorbeeld door efficiëntere processen of elektrificatie, of die nieuw gewonnen fossiele koolstof in producten vervangen door gerecyclede of biogene koolstof.

Met de verplichte rekenmodellen van RVO berekent u hoeveel steun nodig is. Daarin neemt u investeringskosten, exploitatiekosten en productopbrengsten over de economische levensduur van de installatie mee. Het model moet aantonen dat het project zonder NIKI-steun een financieel tekort heeft. Projecten met een positieve netto contante waarde zijn uitgesloten: daarbij waardeert het model de toekomstige inkomsten hoger dan de investerings- en exploitatie-uitgaven. U biedt een subsidiebedrag per ton vermeden broeikasgasuitstoot. Aanvragen die aan de voorwaarden voldoen, komen hoger in de rangschikking naarmate het bod lager is. De gevraagde subsidie is uw bod vermenigvuldigd met de berekende emissiereductie. Een bod boven €300 per ton wordt afgewezen.

U vraagt normaal gesproken minstens €30 miljoen aan. Een lagere toekenning is mogelijk als na hoger gerangschikte aanvragen minder dan €30 miljoen overblijft. U ontvangt voorschotten tijdens de bouw en exploitatie. RVO herberekent deze op basis van werkelijke kosten, opbrengsten en emissiereducties. De definitieve subsidie kan niet hoger worden dan de toekenning. Te veel ontvangen voorschotten betaalt u met rente terug. Andere subsidies en fiscale voordelen voor hetzelfde project worden volledig verrekend, ook als u deze na de NIKI-toekenning ontvangt.

Voorwaarden

  • U drijft een commerciële industriële onderneming in de industrie (SBI-hoofdgroep C), afvalwaterinzameling en -behandeling (E 37), of terugwinning uit afval (E 38.2). U voert het project zelfstandig uit, investeert in een productie-installatie in Nederland en blijft eigenaar tijdens de investeringsfase en de ondersteunde exploitatieperiode. Financiële lease is mogelijk als u eigenaar van de installatie wordt.
  • Het project vermijdt in de tien jaar na ingebruikname minstens 100.000 ton CO2-equivalent ten opzichte van producten met dezelfde functie. Voor directe emissiereducties in het productieproces (categorie A) moet het referentieproces een fysiek identiek product opleveren. CO2-equivalent drukt ook andere broeikasgassen uit als een vergelijkbare hoeveelheid CO2. Alleen minder uitstoot bij het gebruik van een product, zoals zonnepanelen, is niet voldoende.
  • Rond de basic engineering vóór de aanvraag af: leg de belangrijkste ontwerpcriteria, technische specificaties en ontwerpprincipes vast die nodig zijn voor het gedetailleerde ontwerp en de bouw. Onderbouw de technische, financiële, operationele en markthaalbaarheid en de financiering van uw eigen aandeel. De investeringskosten bedragen minstens 20% van de benodigde subsidie volgens het NIKI-rekenmodel.
  • Start na indiening van uw aanvraag en binnen twaalf maanden na de subsidiebeschikking. De eerste bindende verplichting die de investering onomkeerbaar maakt of de definitieve investeringsbeslissing bepaalt de start: het moment dat het eerst plaatsvindt. Neem de installatie binnen vier jaar na die start in gebruik; daarna volgen tien ondersteunde exploitatiejaren. RVO kan de starttermijn met zes maanden en de termijn voor ingebruikname met twaalf maanden verlengen als dat gerechtvaardigd is. De economische levensduur is minstens twintig jaar. Na de eerste tien exploitatiejaren moet de installatie zonder subsidie rendabel blijven draaien.
  • Het project past in uw route naar fossielvrije, klimaatneutrale productie uiterlijk in 2050, veroorzaakt geen significante milieuschade en gaat verder dan alleen voldoen aan bindende EU-normen die al gelden. Projecten die fossiele koolstof in de productketen vervangen, gaan ook verder dan de gevestigde commerciële praktijk in de EU. Uw onderneming moet voldoen aan de officiële toets voor ondernemingen in moeilijkheden; voldoende geld op de bank is op zichzelf geen bewijs dat u voldoet.
  • Projecten die hoofdzakelijk infrastructuur aanleggen, energie uit warmtekrachtkoppeling produceren, waterstof met elektrolyse maken of elektriciteit uit waterstof produceren zijn uitgesloten. Nieuwe installaties mogen geen fossiele brandstoffen gebruiken, behalve aardgasinvesteringen die bijdragen aan de EU-klimaatdoelen voor 2030 en klimaatneutraliteit in 2050. SDE++ is de afzonderlijke Nederlandse subsidieregeling voor grootschalige hernieuwbare energieproductie en vermindering van de CO2-uitstoot. Een techniek die onder de SDE++ valt, sluit het project uit als deze minstens 10% van de totale investeringskosten beslaat. Ook een SDE++-aanvraag voor een techniek binnen het project leidt tot uitsluiting.
  • Hoogstens 10% van de totale uitgaande massa van het productieproces mag als brandstof worden gebruikt. De uitzondering is synthetische brandstof die volledig is gebaseerd op koolstof die rechtstreeks uit de lucht is gehaald. Recycling tot opvulmateriaal, voeding of diervoeding is uitgesloten. De recycling mag geen lagere kwaliteit opleveren dan de gangbare methode.
  • Bij het gebruik van waterstof toont u minstens 70% minder broeikasgasuitstoot over de levenscyclus aan dan bij fossiele waterstof, met 12,516 kg CO2 per kg waterstof als referentie. Hernieuwbare waterstof die voldoet aan de EU-regels voor brandstoffen van niet-biologische oorsprong vereist een geldig certificaat van een beoordelende instelling die is aangesloten bij een door de EU erkend vrijwillig systeem. Deze gebruiksroute vervalt vanaf het jaar waarin het afzonderlijke vraagsubsidie-instrument voor waterstof wordt gepubliceerd. Vergassing waarbij het gas rechtstreeks voor warmte of elektriciteit wordt gebruikt is uitgesloten.

Aanvragen

Status
opent 16 nov 2026
Opent
Sluit
Voorwaarden voor deze aanvraagronde
  • De tender van 2026 heeft een totaalbudget van €250 miljoen. Volledige aanvragen worden gerangschikt op subsidie per ton vermeden uitstoot: een lager bod komt hoger in de rangschikking.[^c13][^c14]

U kunt eerst vrijblijvend een projectidee bij RVO indienen voor een gesprek met een projectadviseur. Vraag aan via Mijn RVO zodra de formulieren beschikbaar zijn. Gebruik eHerkenning op minimaal niveau 3 met machtiging voor RVO-diensten.

Dien een projectplan, klimaatplan, beide ingevulde NIKI-rekenmodellen, bewijs van afgeronde basic engineering en de vereiste accountantsrapportage volgens Standaard 4400 in. Die rapportage legt bevindingen over uw financiële informatie vast. Het projectplan onderbouwt de technische, financiële, markt- en operationele haalbaarheid, risico’s, financiering en drie tot vijf bouwmijlpalen. Voeg een openbare projectsamenvatting in het Nederlands toe. Dien ook een managementverklaring in dat het projectplan en de rekenmodellen overeenkomen met uw andere plannen en begrotingen voor hetzelfde project, behalve voorgeschreven waarden van variabelen zoals energieprijzen. Lever ook de ondertekende verklaring over ondernemingen in moeilijkheden, het ingevulde beslisschema, de jaarcijfers en een organogram met de aandelenverhoudingen van de groep aan.

Valt uw installatie onder de Nederlandse CO2-heffing industrie? Lever dan een verklaring dat u toestemming heeft om niet deel te nemen aan het Europese emissiehandelssysteem (de opt-out) of een verklaring dat u tijdens de ondersteunde exploitatieperiode geen overtollige dispensatierechten verhandelt, plus de vereiste berekening van die rechten. Dispensatierechten stellen een hoeveelheid uitstoot vrij van deze heffing. Uw klimaatplan laat zien hoe de installatie past in uw overstap naar fossielvrije, klimaatneutrale productie.

Dien een volledige aanvraag in voordat de tender sluit. RVO accepteert daarna geen aanvullingen of wijzigingen die de inhoudelijke beoordeling beïnvloeden, zoals een ontbrekend projectplan. Na toekenning rapporteert u jaarlijks. Bij investeringsrapportages hoort een controleverklaring van een accountant. Voeg ook een managementverklaring toe dat uw projectcijfers overeenkomen met die in uw andere begrotingen, behalve waarden die de regeling vastlegt of die als variabel gelden.

Officiële bronnen