Subsidie voor samenwerkende waterstoftankstations en vervoerders

Rijksdienst voor Ondernemend NederlandNederlandtot 8 mln. EURopent 31 mrt 2027

SWIM ondersteunt bedrijfsconsortia met waterstoftankstations, voertuigen en logistieke werktuigen. De ronde 2026 is gesloten; de huidige regeling plant de volgende ronde op 31 maart–11 mei 2027. Tot €12 miljoen subsidie is mogelijk, met afzonderlijke grenzen voor tankstation en voertuigen.

De Subsidieregeling Waterstof in mobiliteit (SWIM) ondersteunt een nieuw of opgewaardeerd waterstoftankstation samen met kwalificerende voertuigen en eventueel logistieke werktuigen. Bij een geschikt bestaand tankstation of een station waarvan de bouw al is begonnen, kan het consortium alleen voor voertuigen/werktuigen aanvragen. De subsidie draagt bij aan de investering; het consortium financiert het resterende deel.

Een station voor zwaar wegvervoer krijgt maximaal 40% van de subsidiabele investeringskosten en €3 miljoen per aanvraag. Voor een multimodaal station—wegvervoer plus spoor-, binnenvaart- of zeevervoer—geldt bij hetzelfde percentage een stationsmaximum van €4 miljoen. Over de hele looptijd van de regeling kunnen maximaal drie mobiele waterstofopslagen meetellen als zij het projectstation beleveren en daar als voorraadvat dienen. Ook een andere deelnemer mag deze aanschaffen.

Nieuwe voertuigen/werktuigen krijgen maximaal 80% van de meerkosten tegenover een vergelijkbaar fossiel model; bij ombouw tellen subsidiabele aanpassingen van de aandrijflijn. Voor voertuigen en werktuigen samen geldt maximaal €4.000 maal de dagcapaciteit van het station in kilogrammen, en maximaal €8 miljoen per aanvraag. Ook gelden individuele maxima;80% vergoeding is dus niet gegarandeerd. Samen met het stationsdeel kan een multimodaal project tot €12 miljoen ontvangen.

Per voertuig gelden maxima van:€60.000 voor N1-bestelvoertuigen;€150.000/€50.000 voor N2-vrachtwagens met respectievelijk brandstofcel/waterstofverbrandingsmotor;€220.000/€70.000 voor N3 onder 30 ton, of €300.000/€100.000 vanaf 30 ton. De N3-grens gebruikt de toegestane maximummassa van de combinatie, inclusief aanhangwagens waar van toepassing. Rolstoeltoegankelijke M1-personenvoertuigen hebben een maximum van €100.000, M2-bussen €150.000 en M3-bussen €300.000 met brandstofcel of €100.000 met waterstofverbrandingsmotor. Overslagmachines, kwalificerende vorkheftrucks en verreikers hebben een maximum van €100.000; pushbacktrucks voor vliegtuigen en terminaltrekkers €300.000.

Onderbouw dat het eigen aandeel financierbaar is, bijvoorbeeld met recente jaarcijfers of definitieve lening-/investeringstoezeggingen. Andere projectsubsidies worden van SWIM afgetrokken; ongeoorloofde stapeling van steun is verboden. Vanaf 2026 kan een investering met SWIM niet ook MIA/Vamil-belastingvoordeel krijgen.

Voorwaarden

Een penvoerder dient in voor een samenwerkingsverband met minstens een exploitant van een waterstoftankstation en een transport- of logistiekbedrijf. Iedere deelnemer staat ingeschreven bij de KVK en heeft een Nederlandse vestiging. Provincies, gemeenten, waterschappen, publiekrechtelijke zelfstandige bestuursorganen met rechtspersoonlijkheid en openbare lichamen onder de Wet gemeenschappelijke regelingen mogen niet deelnemen.

De gesubsidieerde voertuigen/werktuigen moeten gemiddeld minstens 300 kg waterstof per dag afnemen, berekend met de standaardverbruiken uit de regeling. Minstens de helft komt van nieuwe of omgebouwde zware voertuigen van categorie M3, N2 of N3. N2-goederenvoertuigen hebben een toegestane maximummassa boven 3,5 tot en met 12 ton; N3 boven 12 ton. M2-bussen hebben meer dan acht passagierszitplaatsen en een toegestane maximummassa van hoogstens 5 ton; M3-bussen hebben meer dan acht passagierszitplaatsen en een toegestane maximummassa boven 5 ton. M1-steun geldt alleen voor rolstoeltoegankelijke personenvoertuigen met hoogstens acht passagierszitplaatsen, met daarnaast minstens vier passagierszitplaatsen, aantoonbaar in de offerte.

Stations hebben minstens 1.000 kg dagcapaciteit, twee onafhankelijk werkende tankpunten en een vergunning of aanvraag die uitdrukkelijk zwaar wegvervoer omvat. Alleen technische toegankelijkheid is onvoldoende. Bij de route zonder stationsinvestering is de vergunning nodig. Openbare stations bieden 350 bar én 700 bar, kaartbetaling of contactloze kaartbetaling en transparante, vergelijkbare, niet-discriminerende prijzen. Besloten consortiumstations kunnen meedoen, maar krijgen geen voorrang voor openbare toegankelijkheid. Multimodale stations voor vervoer over water bieden toegang onder gelijke marktvoorwaarden. Vraagt het binnenvaartdeel meer dan €2,2 miljoen, dan is een berekening nodig waarin verwachte exploitatiewinst van de subsidiabele kosten wordt afgetrokken.

Bij nieuwe voertuigen vallen eerste toelating, eerste Nederlandse inschrijving en tenaamstelling samen. Nieuwe werktuigen zijn ongebruikt. Een brandstofcel is vereist, behalve dat N2/N3-vrachtwagens en M3-bussen een kwalificerende waterstofverbrandingsmotor mogen hebben. Ombouw moet een kwalificerend emissievrij voertuig of werktuig opleveren. Subsidiabele werktuigen zijn overslagmachines, vorkheftrucks met meer dan 5 ton hefvermogen, verreikers, pushbacktrucks en terminaltrekkers, allemaal met brandstofcel.

Bij lease krijgt de eigenaar de subsidie: de lessee bij financial lease, of de leasemaatschappij bij operational lease. Bij operational lease neemt de leasemaatschappij deel aan het consortium. Zij kan het voertuig op naam van de klant zetten met een verstrekkingsvoorbehoud bij de RDW, waarmee haar belang in het kentekenregister wordt vastgelegd.

Stations met bouw-/opwaarderingssteun zeggen toe uiterlijk 31 december 2035 uitsluitend hernieuwbare waterstof te leveren. Tot dan zijn ook toegestaan: fossiele waterstof met CO₂-afvang en opslag, waterstof uit gecertificeerd groen gas, of waterstof als bijproduct van het chlor-alkaliproces op basis van gecertificeerde hernieuwbare elektriciteit. Uitsluitend hernieuwbare waterstof levert extra rangschikkingspunten op. Bewijs dit met RFNBO-certificaten: certificaten voor hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong.

Vraag aan vóór de projectwerkzaamheden en vóór aanschaf/tenaamstelling van de betreffende nieuwe middelen. Deelnemers moeten voldoen aan de EU-toets voor ondernemingen in moeilijkheden. Ook met geld op de bank kan uitsluiting volgen, bijvoorbeeld door insolventievoorwaarden of lopende reddings-/herstructureringssteun. Het RVO-beslisschema toetst de financiële situatie en verbonden groep. Kleine en middelgrote ondernemingen jonger dan drie jaar krijgen een beperkte toets, maar blijven aan deze basisvoorwaarden gebonden; er is geen algemene vrijstelling.

Aanvragen

Status
opent 31 mrt 2027
Opent
Sluit

De ronde 2026 liep van 1 april 09:00 tot 13 mei 17:00. De huidige regeling stelt de volgende ronde vast op 31 maart 2027,09:00 tot 11 mei 2027,17:00 Nederlandse tijd. In 2026 was €45 miljoen beschikbaar:€35 miljoen voor projecten met stationsinvestering en €10 miljoen voor alleen voertuigen/werktuigen. Ongebruikte middelen kunnen tussen deze routes worden overgeheveld. Controleer bij voorbereiding op de volgende ronde de officiële pagina.

De penvoerder dient het RVO-formulier in met deelnemersgegevens, financiering, stationscapaciteit en vergunningen, standaardberekening van waterstofafname en realisatieplanning. Offertes en prijsbewijs voor het fossiele referentiemodel zijn minder dan zes maanden oud; iedere aanvraag heeft unieke offertes nodig. Dien per stationslocatie per ronde één aanvraag in. Eigen aanvullingen na de sluitingsdatum tellen niet mee.

Aanvragen worden competitief gerangschikt. Stationsprojecten scoren op doelmatige subsidiebesteding, vergunningstatus, capaciteit/opschaalbaarheid, onafhankelijke tankpunten, openbare toegang en uitsluitend hernieuwbare waterstof. Openbare stations in de gemeenten van bijlage 1 of binnen 10 rijkilometers van hun grenzen krijgen de genoemde voorrang; alleen de hoogst gerangschikte kwalificerende aanvraag per gemeente krijgt deze. Projecten zonder stationsinvestering scoren hoger bij een lager gevraagd subsidiepercentage. RVO beslist binnen 13 weken na sluiting.

Na verlening wordt 50% voorschot betaald aan de penvoerder, die de deelnemersaandelen doorbetaalt. Nog 25% kan worden aangevraagd zodra minstens 75% van de zware voertuigen is aangeschaft, aantoonbaar met kentekens. Voorschotten zijn voorlopig: bij vaststelling wordt de werkelijke subsidiabele uitvoering gecontroleerd en het definitieve bedrag bepaald. Daarna volgt de resterende betaling; niet-naleving kan leiden tot verlaging of terugbetaling.

Rond het project binnen 36 maanden na verlening af. Vertraging buiten invloed van deelnemers kan goedgekeurd uitstel rechtvaardigen, maar de totale duur is maximaal 48 maanden. Dien jaarlijks voortgangsrapportages in en vraag vooraf toestemming voor belangrijke wijzigingen. Vraag vaststelling binnen 13 weken na projecteinde aan, met overeenkomsten, kentekens en waterstofleveringsbewijzen. Deelnemers die meer dan €125.000 vragen leveren facturen/betaalbewijzen en lichten kostenafwijkingen van 10% of meer toe.

Nieuwe voertuigen blijven 48 maanden vanaf tenaamstelling geregistreerd op naam van de ontvanger. Omgebouwde voertuigen blijven 48 maanden vanaf de ombouwovereenkomst in eigendom; werktuigen 48 maanden vanaf de koop-/ombouwovereenkomst. Een kwalificerend vervangend voertuig zonder nieuwe subsidie kan de resterende verplichting overnemen. Voortijdige verkoop zonder zo’n vervanging kan evenredige terugbetaling betekenen. Werk tot vijf jaar na vaststelling mee aan een evaluatie.

Officiële bronnen