Klimaatsubsidie voor walstroom
Subsidie voor rechtspersonen die walstroom voor zeeschepen aanleggen in Nederlandse havens, tot 45% van de subsidiabele kosten.
Walstroom levert elektriciteit aan schepen die aan de kade liggen. Deze subsidie ondersteunt de aanschaf en installatie van de voorziening om CO2-uitstoot te verminderen. Ook de direct voorafgaande planning, kabels van de installatie en de zakelijke netaansluiting voor de voorziening vallen onder de subsidiabele kosten. Kabels van het algemene distributienet zijn uitgesloten. Opwek van hernieuwbare elektriciteit ter plaatse en opslag van hernieuwbare elektriciteit kunnen worden meegenomen om netcongestie te beperken.
Categorieën A en B krijgen maximaal 45%; categorie C maximaal 30%. Vraagt u meer dan €5,5 miljoen subsidie, dan wordt eerst de exploitatiewinst afgetrokken van de subsidiabele kosten. Dit is het positieve verschil tussen inkomsten en exploitatiekosten over de economische levensduur, omgerekend naar hun huidige waarde.
Btw is alleen subsidiabel als u deze niet kunt verrekenen. Andere publieke subsidies voor dezelfde kosten worden afgetrokken, behalve subsidie van de Europese Commissie; de Europese staatssteungrenzen blijven gelden. Arbeidskosten worden berekend met integrale kostensystematiek, directe loonkosten plus 50% opslag, of een forfaitair loonkostentarief van €80 per uur. Bij de tweede methode geldt ook €80 per uur als wel arbeid wordt verricht maar geen loonkosten worden gemaakt. Kosten van vóór de aanvraag zijn normaal niet subsidiabel; het kaderbesluit kent een uitzondering voor subsidies onder €25.000 die direct worden vastgesteld, of als een regeling uitdrukkelijk anders bepaalt.
Voorwaarden
U moet een in Nederland gevestigde rechtspersoon zijn, alleen of in een samenwerkingsverband met andere rechtspersonen, en walstroom voor zeeschepen in een Nederlandse haven aanleggen. Pleziervaartuigen vallen buiten de regeling.
- Categorie A: de terminal ontving in de drie voorafgaande kalenderjaren gemiddeld per jaar meer dan 100 containerzeeschepen, meer dan 40 ro-ro-passagiersschepen of hogesnelheidspassagiersvaartuigen, of meer dan 25 andere passagiersschepen. Deze schepen moeten groter zijn dan 5.000 brutoton.
- Categorie B: kleinere terminals met ten minste 50 aanlopen van zeeschepen in het voorafgaande kalenderjaar. De haven moet voor het betreffende scheepssegment voldoen aan de genoemde gemiddelde aantallen over drie jaar. De havenbeheerder verklaart dat de terminal voldoende bijdraagt aan walstroom voor ten minste 90% van het betreffende scheepssegment boven 5.000 brutoton in de haven. Voor de 50-aanlopentest zelf geldt geen ondergrens van 5.000 brutoton.
- Categorie C: overige kades of terminals met ten minste 50 aanlopen van zeeschepen in het voorafgaande kalenderjaar, gericht op CO2-reductie in plaats van de AFIR-verplichting van de haven. AFIR is de Europese regelgeving die voor bepaalde havens en scheepstypen walstroomvoorzieningen vereist.
Begin niet met de werkzaamheden voordat u de aanvraag indient. Start binnen zes maanden na de subsidiebeschikking en rond af binnen 48 maanden na de startdatum. Stel walstroom gelijkwaardig, zonder discriminatie en tegen marktvoorwaarden beschikbaar aan belangstellende gebruikers van de kade of terminal. Hoogspanningsvoorzieningen moeten voor ontwerp, installatie en testen voldoen aan IEC/ISO/IEEE 80005-1:2019. De nominale capaciteit van hernieuwbare opwek ter plaatse mag niet groter zijn dan het maximale nominale uitgangsvermogen van de walstroominstallatie.
Voor dezelfde activiteit mag niet eerder subsidie uit deze regeling of de walstroomregeling 2022–2023 zijn verstrekt. Ondernemingen in moeilijkheden volgens de Europese staatssteunregels, ongeoorloofde stapeling van steun en aanvragers met een openstaand Europees bevel tot terugvordering van steun zijn uitgesloten. RVO beoordeelt ook financiering, technische en economische haalbaarheid, tijdige uitvoering, redelijke kosten, bijdrage aan het doel en de noodzaak van subsidie. Een onaanvaardbaar risico op schade aan economische, ecologische of sociale duurzaamheid kan tot afwijzing leiden.
Bij een niet-AFIR-terminal met meerdere kades mag u de scheepsaanlopen op die kades bij elkaar optellen voor categorie C.
Aanvragen
- Status
- gesloten
- Opent
- Sluit
- Voorwaarden voor deze aanvraagronde
- Laatste aanvraagperiode gesloten.
De laatste aanvraagperiode is gesloten. De regeling vervalt op 1 januari 2027, maar blijft gelden voor eerder aangevraagde subsidies. In de vermelde rondes vroeg u aan via het digitale formulier van RVO. Daarbij horen een projectplan, onderbouwde begroting en subsidiebedrag, verwachte jaarlijkse CO2-reductie, bewijs van scheepsaanlopen en een prognose van exploitatiewinst bij meer dan €5,5 miljoen subsidie. Voeg toestemming van de terminalexploitant toe als deze niet de aanvrager is; categorie B vraagt ook een verklaring van de havenbeheerder.
Beheer een toegekend project via RVO. Meld wijzigingen en vraag vooraf toestemming voor essentiële wijzigingen of vertraging. Dien jaarlijkse voortgangsrapportages en een eindrapport in. Het voorschot bedraagt maximaal 80%, uitgekeerd in opeenvolgende delen van 30% en 50%.
Vraag binnen 13 weken na afronding vaststelling aan bij RVO, met het eindrapport. Vanaf €125.000 per deelnemer en project is een controleverklaring van een accountant nodig. Bewaar de projectadministratie vijf jaar na vaststelling, of gedurende de afwijkende staatssteuntermijn in de regels of beschikking. Bij minder dan €125.000 bewaart u in plaats daarvan vijf jaar het bewijs van uitvoering. Werk tot vijf jaar na vaststelling mee aan evaluatie voor zover dat redelijkerwijs kan worden verwacht; verstrek in die periode op verzoek gegevens over jaarlijks geleverde elektriciteit en geschatte CO2-reductie.