SCE voor coöperatieve opwekking van duurzame elektriciteit
Exploitatiesubsidie voor Nederlandse energiecoöperaties en VvE’s die met nieuwe zonnepanelen of windmolens op land elektriciteit opwekken.
De Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) geeft een exploitatiesubsidie per subsidiabele kilowattuur. Het basisbedrag is het bedrag per kWh dat nodig is om de installatie rendabel te maken en staat vanaf het aanvraagjaar 15 jaar vast. De jaarlijkse vergoeding is dit basisbedrag min het correctiebedrag voor de elektriciteitsmarkt; dat correctiebedrag kan niet onder de basisenergieprijs zakken. Is de correctie gelijk aan of hoger dan het basisbedrag, dan ontvangt u geen subsidie. VertiCer moet garanties van oorsprong afgeven voor de elektriciteit. De subsidie volgt de productie en is geen vergoeding van een vast percentage van de installatiekosten.
De periode van 15 jaar begint bij ingebruikname. Blijft subsidiabele productie ongebruikt, dan kan de periode met maximaal één jaar worden verlengd. Voor zon-PV met een grootverbruikersaansluiting en een aanvraag vanaf 2024 is dit maximaal twee jaar. De verlenging eindigt zodra de ongebruikte productie is ingehaald.
De categorieën voor zon-PV zijn 15–100 kWp met een kleinverbruikersaansluiting, 15 kWp tot minder dan 1 MWp met een grootverbruikersaansluiting en 1–6 MWp met een grootverbruikersaansluiting. Voor wind op land zijn dit 15–100 kW met een kleinverbruikersaansluiting, 15 kW–1 MW met een grootverbruikersaansluiting en meer dan 1 MW tot en met 6 MW met een grootverbruikersaansluiting. Basisbedragen en productiegrenzen verschillen per categorie. Gebruik de tabellen voor zon of wind van RVO om de inkomsten van uw project te berekenen.
Een kleinverbruikersaansluiting is maximaal 3 × 80 A. Vanaf 2027 mag u hiermee opgewekte stroom zelf gebruiken, maar voor eigen verbruik krijgt u geen SCE-subsidie. Zon-PV met een grootverbruikersaansluiting kan voor eigen verbruik wel subsidie krijgen, met andere correctiebedragen. Het extra gecontracteerde terugleververmogen mag daarbij maximaal 50% van het piekvermogen van de panelen zijn.
Voorwaarden
Aanvragen kan als energiecoöperatie of Vereniging van Eigenaars (VvE) die zich mede richt op hernieuwbare energieopwekking. Een coöperatie kan samen met een bv aanvragen als zij daarvan 100% eigenaar is en ook het bestuur vormt. De coöperatie, gezamenlijke aanvragers of VvE moeten eigenaar zijn van de installatie; SCE accepteert ook financial lease: de leasemaatschappij financiert de installatie, u betaalt het bedrag plus opslag in termijnen terug en draagt risico’s zoals schade en waardevermindering. Eigendom of financial lease moet de hele subsidieperiode dekken; eindigt de lease eerder, dan moet u de eigendom overnemen. Gewone huur of operational lease komt niet in aanmerking. Ga vóór indiening geen onomkeerbare verplichtingen voor de installatie aan. Een opdracht met ontbindende voorwaarden mag wel.
De installatie en deelnemende leden zijn verbonden aan een Nederlandse postcoderoos: een postcode en de aangrenzende postcodes. Een deelnemend coöperatielid heeft een financiële inleg in de installatie, vastgelegd in een overeenkomst met de coöperatie. De coöperatie moet deze overeenkomst op verzoek aan RVO overleggen. Deelnemende leden wonen of zijn gevestigd binnen dit gebied, hebben een kleinverbruikersaansluiting en tellen minstens één lid per 5 kWp zon of 5 kW wind. Tel alle SCE-installaties op dezelfde locatie bij elkaar op. Per adres telt maximaal één persoon of bedrijf; alle leden hebben toegang tot de algemene ledenvergadering en gelijk stemrecht. Financiële deelnemers buiten het gebied tellen niet mee voor de minimumledeneis.
Een VvE plaatst de installatie op, in of boven haar eigen gebouw of bijbehorende grond. Bij aanlevering van de ledenlijst woont of is minstens 75% van de leden gevestigd in de postcoderoos. Voor installaties op eigen grond is daarnaast bij aanlevering van de lijst minstens één lid per 5 kWp zon of 5 kW wind nodig; tel het vermogen van andere SCE-installaties van de VvE op dezelfde locatie mee. Dit vermogensafhankelijke minimum geldt niet voor een installatie op het eigen dak of gebouw van de VvE. Daarnaast heeft minstens 75% van de VvE-leden vanaf aanlevering van de lijst een kleinverbruikersaansluiting. Een onder-VvE heeft toestemming van de hoofd-VvE nodig.
De installatie moet nieuw zijn en mag niet al subsidie of een andere financiële tegemoetkoming van het Rijk hebben ontvangen. Waterkracht is uitgesloten. Vervanging van windmolens kan als het vermogen per vervangen molen met minstens 1 MW toeneemt, of de oude molens bij de geplande vervanging minstens 15 jaar op die locatie in gebruik zijn geweest, of minstens 13 jaar vóór de aanvraag in gebruik zijn genomen.
Dien per locatie, categorie en ronde één aanvraag in; knip een zonneveld niet op in kleinere aanvragen. In een latere ronde kan een extra installatie met eigen meter en allocatiepunt worden aangevraagd. Voor grondgebonden zon-PV vanaf 1 MWp zijn natuurinclusieve vergunningsvoorwaarden nodig: een inrichtings- en beheerplan, nulmetingen, monitoring en zo nodig maatregelen voor bodem, water en biodiversiteit, en minstens 25% open ruimte tussen de panelentafels.
Aanvragen
- Status
- gesloten
- Opent
- Sluit
- Voorwaarden voor deze aanvraagronde
- Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld; bij overschrijding van het resterende budget op één dag wordt geloot.
De aanvraagronde van 2026 loopt van 2 maart om 09.00 uur tot 1 oktober om 17.00 uur, Nederlandse tijd. Het totale budget is €78 miljoen. RVO behandelt aanvragen op volgorde van binnenkomst en loot als aanvragen op één dag het resterende budget overschrijden. De beslistermijn is 13 weken en kan één keer met maximaal 13 weken worden verlengd.
Vraag aan in het online RVO-portaal met eHerkenning niveau 2+ en RVO-machtiging. Een gemachtigde intermediair kan DigiD gebruiken en moet een ondertekende machtiging bewaren. Maak een haalbaarheidsstudie met investeringskosten, jaarlijkse kosten en baten, financiering en projectrendement. Vereiste vergunningen moeten bij de aanvraag al zijn verleend; de bezwaartermijn hoeft nog niet voorbij te zijn. Is geen vergunning nodig, stuur dan een verklaring van de vergunningverlenende instantie mee.
Voeg de situatietekening, postcodekaart en toepasselijke statuten, gezamenlijke verklaring en gebruiksrechten toe. Op een locatie van een derde is normaal een ondertekende intentie voor recht van opstal nodig (het recht om de installatie op andermans eigendom te bezitten en gebruiken), gevolgd door de notariële akte binnen één jaar na de subsidiebeschikking. Er zijn twee alternatieven: bij erfpacht volstaat een ondertekende huur- of gebruikersovereenkomst met de erfpachter; voor een coöperatie die op, in of boven een VvE-gebouw installeert, volstaat een ondertekende huur- of gebruiksovereenkomst met de VvE. In deze gevallen vervangt de overeenkomst het recht van opstal en stuurt u deze met de aanvraag mee.
Een grootverbruikersaansluiting vereist een transportindicatie van hoogstens een maand vóór de aanvraag. Gebouwgebonden zon-PV onder 1 MWp vereist de modelverklaring voor dak- of gevelgeschiktheid; vanaf 1 MWp en bij alle categorieën met dakaanpassing of lichtgewicht panelen is de modelverklaring van een constructeur nodig. Wind boven 100 kW vereist een windrapport van een expert; tot en met 100 kW volstaat een opbrengstberekening van de leverancier.
Stuur na toekenning binnen één jaar na de beschikkingsdatum de ledenlijst en binnen hetzelfde jaar de toepasselijke opstalakte. Lever voor wind en zon-PV-aanvragen uit 2026 vanaf 1 MWp binnen 18 maanden na de beschikking de opdracht voor levering en bouw aan. Neem de installatie binnen de termijn uit de beschikking in gebruik, vraag de EAN-code op en meld u aan bij VertiCer zodat RVO voorschotten kan regelen. Elke installatie heeft een eigen allocatiepunt nodig: het meetpunt dat aan een marktpartij, bijvoorbeeld een energieleverancier, is gekoppeld.