Circular Plastics NL
Subsidie voor samenwerkende bedrijven en onderzoekers die plasticrecycling verbeteren met onderzoek, pilots en demonstraties.
Circular Plastics NL ondersteunt betere recycling en een hogere kwaliteit van teruggewonnen plastic, zodat recyclaat fossiele plastics kan vervangen.
In 2026 kiest u voor een onderzoeksproject één van twee onderwerpen: een ontwerpsystematiek voor verpakkingen die rekening houdt met de gevolgen van de materiaalsamenstelling voor recycling; of plastic terugwinnen uit niet-verpakkingsafval dat nu wordt verbrand, met betere karakterisering, sortering, scheiding of wastechnologie.
In een showcase test of demonstreert u technologie om een materiaalketen te sluiten. Kies één van zes onderwerpen:
- Geautomatiseerde hoogwaardige textielsortering, via identificatie en sortering of scheiding van componenten en materialen, voor hergebruik of, wanneer dat niet mogelijk is, recycling.
- Voorbewerking van gemengd plasticafval waarvan de polymeerzuiverheid onvoldoende is voor recycling. Textielafval hoort bij het textielonderwerp.
- Mechanische recycling van afval na gebruik door consumenten tot hoogwaardig recyclaat dat nieuw plastic vervangt.
- Dissolutie: polymeren selectief oplossen en terugwinnen, met verwijdering van stoorstoffen en behoud van hun moleculaire structuur.
- Depolymerisatie: het afbreken van bulkplastics tot bouwstenen verbeteren of opschalen, zodat die bouwstenen weer geschikt zijn voor plasticproductie.
- Devulkanisatie van bandenrubber tot materiaal dat opnieuw kan worden gevulkaniseerd, of verbindingen in thermoharders verbreken zodat opnieuw crosslinken mogelijk is.
Onderzoeksprojecten krijgen maximaal €1,5 miljoen; showcases maximaal €7,5 miljoen. Het budget voor 2026 is €3 miljoen voor onderzoek en €37 miljoen voor showcases. Bedrijven krijgen voor industrieel onderzoek 70%, 60% of 50% van de subsidiabele kosten als zij klein, middelgroot of groot zijn. Industrieel onderzoek levert nieuwe kennis op voor nieuwe of wezenlijk verbeterde producten en processen. Experimentele ontwikkeling, zoals prototypes onder realistische omstandigheden testen en verbeteren, krijgt respectievelijk 45%, 35% of 25%. Overige kennisinstituten krijgen 50% voor industrieel onderzoek en 25% voor experimentele ontwikkeling. Onderzoeksorganisaties die zich hoofdzakelijk bezighouden met onafhankelijk onderzoek of brede verspreiding van onderzoeksresultaten krijgen 80% voor deze activiteiten, ook voor onafhankelijk niet-economisch onderzoek. Houd economische en niet-economische activiteiten boekhoudkundig gescheiden en geef ondernemingen met beslissende invloed geen preferente toegang tot onderzoekscapaciteit of resultaten.
Voor demonstratie-investeringen gelden 60%, 50% of 40% voor kleine, middelgrote en grote bedrijven, over de subsidiabele extra investeringskosten ten opzichte van een referentie-investering. Kennisverspreiding kan voor 100% worden vergoed, tot €50.000 per onderzoeksproject of €25.000 per showcase. Andere overheidssubsidies tellen mee voor de toepasselijke percentages. Bij onderzoeksorganisaties mag de totale publieke financiering niet boven 100% uitkomen.
Voorwaarden
- Vraag aan met minstens twee organisaties die voor eigen rekening en risico deelnemen, waaronder minimaal één onderneming. Verbonden bedrijven kunnen subsidie krijgen, maar er moeten ook partijen buiten die verbonden groep deelnemen. Producenten, verwerkers, gebruikers, inzamelaars en recyclers van plastics en onderzoeksorganisaties kunnen meedoen. Provincies, gemeenten en openbare lichamen op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen krijgen geen subsidie.
- Alle deelnemers hebben een vestiging of dochteronderneming in Nederland. Voor ondernemingen bepaalt de handleiding dat deze aanwezig moet zijn wanneer de subsidie wordt betaald, met duurzaam beschikbare personele en technische middelen. Een postadres is niet voldoende.
- Begin niet met het project en ga geen bindende opdrachten aan voordat u de aanvraag indient. Start binnen zes maanden na subsidieverlening. Onderzoeksprojecten duren maximaal vier jaar; showcases maximaal vijf jaar.
- Onderzoeks- en pilotprojecten moeten vernieuwend zijn ten opzichte van de internationale stand van de techniek. Routinematige of periodieke wijzigingen aan bestaande producten of processen gelden niet als onderzoek of experimentele ontwikkeling.
- Demonstratie-installaties blijven na het project in gebruik, zijn nieuw voor Nederland en hebben technische en economische risico’s. Iedere deelnemer die demonstratiesubsidie krijgt moet een milieuvoordeel aantonen. Neem de installatie als bezitting op de balans op. Een geleasede installatie komt alleen in aanmerking bij financiële lease, waarbij de leasenemer uiteindelijk eigenaar wordt.
- Bij demonstratie-investeringen moeten recycling en hergebruik afval van andere ondernemingen betreffen. De investering mag niet alleen de vraag naar te recyclen materiaal vergroten zonder dat ook de inzameling toeneemt.
- Projecten voor energieterugwinning of verwerking van plasticafval tot brandstoffen of opvulmateriaal zijn uitgesloten.
- Toon aan dat u uw eigen bijdrage kunt betalen. Gebruikt u de vaste-uurtariefsystematiek, dan mag u deze bijdrage niet financieren uit de subsidie voor projecturen.
- Deelnemers die op een markt producten of diensten aanbieden voeren economische activiteiten uit, ook zonder winstoogmerk. Ontvangen zij steun onder de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, dan moeten zij aantonen dat zij volgens de financiële criteria geen onderneming in moeilijkheden (OIM) zijn. Doorloop het beslisschema van RVO: de vragen en eventuele berekeningen hangen af van uw onderneming of verbonden groep en gaan onder meer over insolventie en reddings- of herstructureringssteun. Onderbouw de verklaring met de groepsstructuur en recente jaarcijfers. Een onderneming in moeilijkheden kan onder voorwaarden de-minimissteun gebruiken: doorgaans maximaal €300.000 over drie opeenvolgende jaren, met lagere grenzen voor sommige sectoren. Eerdere de-minimissteun gaat van deze ruimte af; verbonden ondernemingen tellen samen. Ook bedrijven die kennisverspreidingsactiviteiten opvoeren hebben een de-minimisverklaring nodig. In-kind deelnemers die geen subsidie aanvragen hoeven geen van beide verklaringen aan te leveren.
Aanvragen
- Status
- gesloten
- Opent
- Sluit
- Voorwaarden voor deze aanvraagronde
- Onderzoeksprojecten: maximaal €1,5 miljoen; showcases: maximaal €7,5 miljoen.
- Dien vóór de deadline een volledige aanvraag in.
Wijs een penvoerder aan en laat iedere deelnemer een machtigingsformulier ondertekenen. De penvoerder dient de aanvraag in via het eLoket van RVO met eHerkenning op niveau EH3. Voeg een volledig projectplan, begroting, financieringsplan en de toepasselijke OIM- of de-minimisverklaringen toe. Bij demonstraties waarvan de installatie in gebruik blijft is ook een exploitatieberekening nodig, met kosten, baten en rendement.
RVO moet de volledige aanvraag uiterlijk 6 oktober 2026 om 17:00 uur Nederlandse tijd ontvangen. Na dat tijdstip kunt u een onvolledige aanvraag niet meer aanvullen. RVO rangschikt geldige aanvragen op bijdrage aan de doelen, vernieuwing, slaagkans in de Nederlandse markt en maatschappij, projectkwaliteit en kwaliteit van het samenwerkingsverband. Elk criterium vereist minstens 3 van 5 punten. Onderzoeksprojecten en showcases hebben elk een eigen budget. Binnen elke groep krijgt eerst de hoogst gerangschikte aanvraag per onderwerp subsidie. Daarna wordt het resterende budget op volgorde van rangschikking verdeeld. Kan het resterende budget van een groep het volgende project niet financieren, dan voegt RVO de twee resterende budgetten samen en verdeelt die op volgorde van rangschikking, ongeacht de groep.
Lever binnen drie maanden na toekenning een ondertekende samenwerkingsovereenkomst aan over kosten, risico’s, resultaten en intellectuele eigendom. Als een onderzoeksorganisatie meedoet, moet de overeenkomst voorkomen dat haar subsidie bedrijven indirect bevoordeelt, bijvoorbeeld door passende verdeling van intellectuele eigendom of een marktconforme vergoeding. Deel kennis met de achterban van de deelnemers en Stichting Circular Plastics NL. Lever jaarlijks een voortgangsrapportage aan, vraag RVO vooraf toestemming voor essentiële wijzigingen en vraag binnen dertien weken na afronding vaststelling aan met de vereiste verslagen. Vanaf €125.000 subsidie per deelnemer per project is een accountantscontroleverklaring nodig. De definitieve subsidie wordt gebaseerd op werkelijke subsidiabele kosten, tot het toegekende maximum. Maak niet-bedrijfsgevoelige resultaten openbaar en werk tot vijf jaar na vaststelling mee aan de programma-evaluatie.