Subsidie voor grote bedrijfsspecifieke groene investeringen
Subsidie voor ondernemingen die in Vlaanderen investeren in innovatieve, bedrijfsspecifieke milieutechnologie, met projectkosten van minstens €1,5 miljoen.
Strategische ecologiesteun ondersteunt grote investeringen die door hun bedrijfsspecifieke karakter niet gestandaardiseerd kunnen worden. Denk aan energie-efficiëntie, elektrificatie van productieprocessen en hernieuwbare energie. Het project moet innovatief zijn, een groot milieuvoordeel opleveren en strategisch belangrijk zijn voor de onderneming en Vlaanderen.
De investeringssubsidie bedraagt 20% tot 55% van de ecologische meerkost, afhankelijk van de technologie, de ondernemingsgrootte en het milieuvoordeel per euro. Die meerkost is de aanvaarde kost van de groene investering min de kost van een technisch vergelijkbare standaardinvestering met dezelfde productiecapaciteit, exclusief btw. Het percentage geldt dus niet voor je volledige projectbudget. De totale steun is maximaal €500.000 per onderneming over drie jaar, vanaf de eerste goedgekeurde aanvraag.
Milieustudies krijgen 70% steun voor kmo’s of 60% voor grote ondernemingen. De studie moet kandidaat-technologieën vergelijken ter voorbereiding van een investering met Strategische ecologiesteun; minstens één alternatief moet in aanmerking kunnen komen. De aanvaarde studiekosten moeten minstens €50.000 bedragen: externe facturen exclusief btw of de werkelijke loonkosten van interne medewerkers die de studie uitvoeren. Verplichte studies, energie-audits, algemene klimaatplannen en engineering van een reeds gekozen technologie zijn uitgesloten.
Voorwaarden
- Zelfstandigen, vennootschappen met rechtspersoonlijkheid en Europese economische samenwerkingsverbanden kunnen aanvragen. Kleine, middelgrote en grote ondernemingen komen in aanmerking; vzw’s en maatschappen zonder rechtspersoonlijkheid niet.
- De investeringsvestiging moet in het Vlaamse Gewest liggen en ingeschreven zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Je mag aanvragen voordat je daar een vestiging hebt, maar tijdens de uitvoering moet die er zijn.
- De investeringsprojectkosten moeten samen minstens €1,5 miljoen bedragen. Voor de subsidie tellen alleen aanvaarde engineering-, investerings- en installatiekosten mee, na aftrek van de standaardinvestering. Aanvaarde kosten moeten gefactureerd zijn door externe leveranciers met een deelnemingsrelatie van minder dan 25% tot de aanvrager, die volgens de Europese definitie noch partnerondernemingen noch verbonden ondernemingen zijn. Het percentage betreft het kapitaal of de stemrechten, ook bij relevante indirecte deelnemingen; beslissende zeggenschap telt eveneens mee. Controleer hiervoor de VLAIO-regels voor partner- en verbonden ondernemingen.
- Staat je technologie bij indiening op de toepasselijke technologieënlijst van ecologiepremie+, gebruik dan die regeling. Wettelijk verplichte investeringen zijn uitgesloten, ook verplichtingen uit het energiebeleid en de omgevingsvergunning. De prestaties moeten beter zijn dan de geldende normen. Een investering die vooruitloopt op een toekomstige norm moet minstens 18 maanden vóór de inwerkingtreding voltooid zijn. Combineer geen steun van verschillende regelingen of organisaties voor dezelfde aanvaarde investeringskosten.
- Installaties op fossiele brandstoffen zijn uitgesloten. Bij gebruik van afgevangen CO₂ moet die in je eigen productieproces in een Vlaamse vestiging worden ingezet. Toon aan dat de oorsprong van de CO₂ niet met andere uitstootbeperkende maatregelen kan worden vermeden. Toon ook een negatieve netto contante waarde over de levensduur aan: de toekomstige netto-opbrengsten, omgerekend naar hun waarde vandaag, dekken de investeringskost niet.
- De kosteneffectiviteitstoets vergelijkt het milieuvoordeel met de meerkost. Alleen een positieve uitkomst komt in aanmerking: ecoklasse A vereist minstens 1,5; ecoklasse B een score boven nul en onder 1,5. Investeringen waarvan de ecologische meerkost zich in minder dan twee jaar terugverdient, zijn uitgesloten.
- Elke vestiging van je onderneming die tot de doelgroep van EBO Vlaanderen behoort, moet toetreden tot een energiebeleidsovereenkomst en die naleven. De doelgroep omvat energie-intensieve vestigingen met een finaal energiegebruik van minstens 0,1 PJ; controleer voor je vestiging de officiële EBO-doelgroepregels. De overeenkomst gebruikt een energieaudit en een energieplan om de energie-efficiëntie te verbeteren. Je onderneming moet slagen voor de Europese toets voor een onderneming in moeilijkheden: die beoordeelt de solvabiliteit, niet alleen faillissement. Gebruik de OIM-rekenmodule van VLAIO; waar van toepassing wordt ook de groep van verbonden ondernemingen beoordeeld. Een negatieve uitkomst op basis van de laatste jaarrekening moet vóór de aanvraag verholpen zijn; er bestaan uitzonderingen voor starters. Ontbinding, stopzetting, faillissement, vereffening, een lopende insolventieprocedure of een Europese procedure tot terugvordering van steun sluiten de onderneming uit.
- Ondernemingen onder dominerende overheidsinvloed zijn uitgesloten; vanaf 50% overheidsparticipatie geldt een weerlegbaar vermoeden. De uitzondering betreft privaat gefinancierde warmtenetten, walstroom, energiedelen en industriële waterzuivering. Landbouw, visserij en aquacultuur als primaire activiteit zijn uitgesloten, maar een onderneming uit die sector kan investeren in een andere activiteit, zoals een winkel of B&B. De investering moet beroepsmatig gebruikt worden en mag niet uitsluitend verhuurd worden.
- Behoud en exploiteer de gesteunde investering vijf jaar na voltooiing en leef gedurende die periode de toepasselijke Vlaamse regelgeving na.
Aanvragen
- Status
- Doorlopend open
- Voorwaarden voor deze aanvraagronde
- De investering mag ten vroegste starten op de eerste dag van de maand na indiening.
Vraag via stres@vlaio.be een voorbespreking met een VLAIO-projectadviseur aan. Dien daarna via e-loketondernemers een projectbeschrijving, Excel-projectbegroting en bepaling van de ondernemingsgrootte in. Licht de standaardinvestering, berekende milieu- en klimaatvoordelen, strategische waarde en vergunningsstatus toe; neem zowel investerings- als exploitatiekosten op in de begroting.
Je kunt doorlopend aanvragen. Start niet vóór de eerste dag van de maand na indiening: de startdatum is de engineeringfactuur, de eerste aankoopfactuur of de ondertekening van een financiële leasingovereenkomst. Die datum staat los van de goedkeuring van de subsidie. Start na goedkeuring binnen twaalf maanden en voltooi het project binnen drie jaar na de beslissingsdatum van de steuntoekenning.