EKOO

Rijksdienst voor Ondernemend NederlandNederlandsluit 3 dec 2026

Subsidie voor bedrijven en onderzoekspartners die samen energie-, klimaat- en circulaire innovaties onderzoeken of ontwikkelen.

Energie & Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO) ondersteunt gericht industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling. Industrieel onderzoek levert nieuwe kennis op voor een nieuw of sterk verbeterd product, proces of dienst. Experimentele ontwikkeling gebruikt bestaande kennis om zulke verbeteringen te ontwikkelen en te testen. Er moeten echte technische onzekerheden en planmatig onderzoek zijn; gewone aanpassingen zijn niet genoeg. Een EKOO-project mag niet voornamelijk een pilot of demonstratie zijn. Grotere, multidisciplinaire systeemprojecten hebben een aparte MOOI-regeling.

Het programma heeft zeven onderdelen. Elektriciteit omvat windenergie op zee en hernieuwbare elektriciteit op land en in gebouwen, waaronder zonnetechnologie, inpassing in het energiesysteem, circulariteit en inpassing in de omgeving. Industrie omvat circulair gebruik van koolstof, efficiënt en CO₂-vrij industrieel energiegebruik, digitale technieken en flexibel energiegebruik. De tenders voor 2026 zijn gesloten.

Gebouwde omgeving omvat gecombineerde verduurzamingsoplossingen, industrialisatie en digitalisering van renovatie, warmtepompen, collectieve warmte en koude, kleinschalige warmteopslag en elektriciteitssystemen in gebouwen en wijken. In 2026 kunt u hiervoor niet aanvragen. Ook Circulaire plastics heeft geen aanvraagronde in 2026; de gepubliceerde voorwaarden gaan over circulaire plasticproducten en processen van inzameling tot recycling. Biobased circular omvat ontwerp, grondstoffen, recycling, gesloten gebruikssystemen, bouwstenen en productieprocessen voor biopolyesters. Beide rondes van 2026 zijn gesloten.

Twee tenders gaan binnenkort open: Circulaire economie heeft €2,5 miljoen beschikbaar en Kritieke grondstoffen €1,85 miljoen. Voor beide kunt u aanvragen van 22 oktober tot en met 3 december 2026. De oudere vermeldingen KIA CE en TSE Industrie O&O zijn gesloten voorlopers binnen hetzelfde programma, geen extra open subsidies.

Circulaire economie ondersteunt innovaties die minder grondstoffen gebruiken, producten langer laten meegaan door hergebruik, onderhoud of reparatie, verkoop vervangen door verhuur of delen, fossiele grondstoffen vervangen door recyclaat of biologisch geproduceerde biopolymeren, of biodiversiteit verbeteren of vervuiling verminderen. Het gaat om machines, hijs-/hef-/transportwerktuigen, medische apparatuur en elektrische, computer-, communicatie- en meetapparatuur; zonnepanelen, windturbines, elektrolysers, batterijen voor licht elektrisch vervoer en gebouwgebonden klimaatinstallaties; woningen en kantoren, betonnen bruggen en viaducten en wegverhardingen; elektrische apparaten, meubels, textiel, niet-plastic verpakkingen en medische wegwerpinstrumenten, bescherm- of toedieningsproducten. Onderzoek naar consumentengedrag of verdienmodellen kan meetellen als het rechtstreeks de ontwikkeling voorbereidt van een concreet nieuw circulair product, proces of dienst. De ontwikkelaar moet deelnemen en uitleggen hoe die de resultaten gebruikt. Onderzoek naar marketing of het verkoopklaar maken van een product valt hier niet onder.

Kritieke grondstoffen ondersteunt verwerking, terugwinning, hergebruik of circulaire vervangende materialen voor strategische en kritieke grondstoffen in bijlagen I en II van de Europese Critical Raw Materials Act. De innovatie moet aantoonbaar bruikbaar zijn voor de energie- of digitale transitie, defensie of hightech. Verwerking betekent ertsen, mineralen of afval omzetten in bruikbare metalen, legeringen of andere vormen. Gewone metaalbewerking en verdere verwerking tot eindproducten of halffabricaten vallen niet onder die definitie. Terugwinning levert opnieuw bruikbare secundaire grondstoffen uit afval of reststromen. Hergebruik betekent dat producten of onderdelen die geen afval zijn opnieuw voor hun oorspronkelijke doel worden gebruikt.

Bedrijven krijgen maximaal 60% van de subsidiabele kosten als klein bedrijf, 50% als middelgroot bedrijf en 40% als groot bedrijf als zij voldoen aan de voorwaarden voor daadwerkelijke samenwerking hieronder. Anders is het percentage voor ieder bedrijf 15 procentpunten lager. Onderzoeksorganisaties kunnen maximaal 80% krijgen voor niet-economische activiteiten. Onafhankelijk onderzoek en ontwikkeling vallen daar normaal gesproken onder; contractonderzoek is een kostenpost van de deelnemer die de opdracht geeft. Een onderzoeksorganisatie mag via haar subsidie geen indirect voordeel aan bedrijven doorgeven.

De totale subsidie is maximaal €750.000 per project voor Elektriciteit of Industrie en €500.000 voor Gebouwde omgeving of een circulair project, inclusief Biobased circular, Circulaire plastics en Kritieke grondstoffen. Dit maximum geldt voor het hele project, niet afzonderlijk voor iedere deelnemer. Iedere deelnemer financiert de overige kosten. Kosten van activiteiten waarvoor al subsidie is ontvangen tellen niet mee. Samen mogen publieke subsidies het toepasselijke subsidiemaximum niet overschrijden.

Voorwaarden

Minstens twee onafhankelijke deelnemers werken samen, met minstens één onderneming. Deelnemers dragen zelf de kosten en risico’s en leveren financieel en inhoudelijk ongeveer vergelijkbare bijdragen. Alleen verbonden bedrijven vormen niet het vereiste samenwerkingsverband. Ingehuurde partijen zijn geen deelnemers en u mag niet het hele project uitbesteden. Besteedt u een deel van het werk uit, dan mogen u en de opdrachtnemer niet verbonden zijn binnen dezelfde groep, commanditaire vennootschap, vennootschap onder firma of maatschap. Leg de uitbestedingsrelatie vast in een overeenkomst tot uitbesteding. Een onderzoeksorganisatie hoeft niet deel te nemen. Als onderzoeksorganisatie gelden universiteiten, hogescholen en de vijf Nederlandse instellingen voor toegepast onderzoek Deltares, MARIN, NLR, TNO en Wageningen Research, en vergelijkbare instellingen uit het buitenland.

Buitenlandse partners mogen deelnemen, maar de activiteiten van iedere deelnemer moeten een positief effect hebben op de Nederlandse economie. Een buitenlands bedrijf heeft een vaste inrichting of dochteronderneming in Nederland nodig, met een bedrijfsruimte en langdurig voldoende personeel of apparatuur om zelfstandig te werken en goederen of diensten te leveren. Een Nederlandse postbus is niet genoeg. Onderbouw de slaagkans van de innovatie in de Nederlandse markt met marktkennis, bronnen en argumenten. Voor de circulaire onderdelen moet de eerste toepassing in Nederland binnen tien jaar na de projectstart plaatsvinden. Dat betekent de oplossing demonstreren in een operationele omgeving; grootschalige uitrol is niet vereist.

Voor de hogere subsidiepercentages bestaat het samenwerkingsverband óf uitsluitend uit bedrijven, met minstens één mkb-bedrijf en geen bedrijf dat meer dan 70% van de kosten maakt; óf onderzoeksorganisaties dragen minstens 10% van de kosten en mogen hun eigen resultaten publiceren. Doet een onderzoeksorganisatie mee, onderteken dan vóór de projectstart een samenwerkingsovereenkomst. Daarin staan afspraken over kostenbijdragen, risico’s en uitkomsten, verspreiding van resultaten en intellectuele eigendomsrechten. Voorkom indirecte steun aan bedrijven door de rechten op het eigen werk bij de onderzoeksorganisatie te laten, een marktconforme vergoeding te betalen bij overdracht, of de rechten naar activiteiten, bijdragen en belangen te verdelen. Een alternatief is dat de deelnemers alle kosten dragen en de onderzoeksorganisatie geen subsidie krijgt.

Het werk moet technisch en economisch haalbaar, nieuw, creatief, onzeker en systematisch zijn en overdraagbare en reproduceerbare resultaten opleveren. Beschrijf het nog onopgeloste probleem, het geplande onderzoek en de tests, en hoe u resultaten vastlegt en deelt, behalve bedrijfsgevoelige informatie. RVO beoordeelt ook of de deelnemers het werk kunnen uitvoeren en of het project zonder subsidie belangrijke vertraging zou oplopen. Projecten met te grote economische, ecologische of sociale risico’s voor Nederland kunnen worden afgewezen.

Begin niet met het werk, maak geen kosten en ga geen verplichtingen aan voordat u de aanvraag indient, ook niet als u nog niets betaalt. Start binnen zes maanden na de subsidiebeschikking. Projecten voor Elektriciteit, Industrie, Gebouwde omgeving en Biobased circular duren maximaal vier jaar. Projecten voor Circulaire economie, Circulaire plastics en Kritieke grondstoffen duren maximaal twee jaar. De eerste toepassing moet binnen tien jaar na de projectstart mogelijk zijn, of binnen vijf jaar voor Gebouwde omgeving. Dit zijn de gepubliceerde voorwaarden per onderdeel; een oude aanvraagperiode betekent niet dat een gesloten onderdeel weer beschikbaar is.

Regel bij de aanvraag de financiering van uw eigen bijdrage, inclusief niet-subsidiabele kosten. Die financiering mag afhankelijk zijn van het ontvangen van de subsidie. Onderbouw dit bijvoorbeeld met een toezegging van een bank of investeerder en financiële stukken. Bij de vaste-uurtariefsystematiek mag de eigen bijdrage niet alleen uit eigen loonuren bestaan. Deelnemers mogen normaal gesproken geen onderneming in moeilijkheden zijn volgens de Europese staatssteunregels. Vul het beslisschema en de verklaring van RVO in. Vanaf 2026 kan een onderneming in moeilijkheden in plaats daarvan de-minimissteun aanvragen als er voldoende ruimte is: maximaal €300.000 per onderneming over drie jaar. Het projectmaximum blijft gelden. Voeg de de-minimisverklaring en het ingevulde beslisschema toe.

Begroot alleen redelijke kosten die rechtstreeks met het onderzoek en de ontwikkeling samenhangen. Gewerkte uren, apparatuurgebruik, verbruikte materialen en externe diensten kunnen volgens de gekozen kostensystematiek meetellen. De energie-innovatieregels voor 2026 stellen het vaste uurtarief op €80 waar dat tarief van toepassing is. Dit is de basis voor de kostenberekening, niet het subsidiebedrag per uur. Registreer apparatuurgebruik. Bereken bij bestaande apparatuur de gebruikskosten met normale bezetting, de historische aanschafprijs en minstens vijf jaar afschrijving. Trek bij speciaal aangeschafte apparatuur de restwaarde af, normaal berekend met lineaire afschrijving over minstens vijf jaar. Registreer het verbruik en de historische aanschafprijs van materialen uit voorraad en onderbouw speciaal aangeschafte materialen en apparatuur met facturen. Neem aftrekbare btw niet op. Projectmanagement telt alleen mee als het rechtstreeks inhoudelijk onderzoek en ontwikkeling betreft. Subsidieadministratie en presentaties van afgeronde resultaten op congressen tellen niet mee.

Kies het juiste circulaire onderdeel. Circulaire economie sluit projecten uit waarvan de kosten vooral recycling of terugwinning betreffen, projecten die onder de andere circulaire EKOO-onderdelen vallen, plastic verpakkingen en biobased bouwen met vlas, hennep, miscanthus of stro. Kritieke grondstoffen sluit primaire winning en technieken die uitsluitend voor primair gewonnen materiaal bruikbaar zijn uit. Projecten die onder de algemene Circulaire economie vallen, horen daar thuis.

Volgens de gepubliceerde voorwaarden voor Circulaire plastics moet productonderzoek minstens 25% van fossiele grondstoffen vervangen door geschikte biopolymeren of recyclaat uit mechanische recycling, chemische depolymerisatie of dissolutie. Thermochemisch recyclaat, biopolyesters, biopolymeren die identiek zijn aan fossiele polymeren, polymeren in vezels, coatings, harsen of composieten en biologische recycling van biodegradeerbare polymeren vallen niet onder dit onderdeel. Biobased circular vereist juist een benoemde biopolyester en een passend thema. Productontwerp wordt op multi-kg-schaal gevalideerd. Grondstofprojecten verwerken ruwe grondstof tot geschikte suiker, een bouwsteen of polyester. Hiervoor mogen eerste-generatiegewassen, reststromen uit landbouw/bosbouw, industriële bijproducten en organische afvalstromen worden gebruikt. Verbeteringen in grondstofproductie moeten meer materiaal voor biopolyesters opleveren; logistiek en opslag mogen deel van het project zijn. Recycling is mechanisch, chemisch of organisch. Een gesloten gebruikssysteem doorloopt minstens eenmaal gebruik, inzameling/sortering en hergebruik/recycling. Werk aan bouwstenen of polymeren valideert de ontwikkeling of processtappen op industriële schaal. Nieuwe productiemethoden gebruiken nieuwe technologie of een nieuwe combinatie van bestaande technologie. Dit zijn voorwaarden van gesloten onderdelen, geen uitnodiging om nu aan te vragen.

Bepaal de bedrijfsgrootte met de mkb-verklaring van RVO. Een klein bedrijf heeft minder dan 50 werknemers in fte en een jaaromzet of jaarbalans van maximaal €10 miljoen. Een mkb-bedrijf heeft minder dan 250 werknemers en een jaaromzet van maximaal €50 miljoen of een jaarbalans van maximaal €43 miljoen. Ook eigendom en banden met andere ondernemingen tellen mee. Gebruik daarom de bedrijfs- en groepsvragen in de verklaring en kijk niet alleen naar uw eigen aantal werknemers.

De toets voor ondernemingen in moeilijkheden beoordeelt uw financiële situatie volgens Europese regels, niet alleen of u geld op de bank heeft. Bij een verbonden groep bepaalt normaal gesproken de situatie van de groep de beoordeling, ook met een buitenlandse moederonderneming. Mkb-bedrijven die op het verwachte moment van toekenning minder dan drie jaar bestaan krijgen een beperkte toets op insolventie en reddings-/herstructureringssteun. Bij een groep geldt de leeftijdsvoorwaarde voor iedere onderneming in die groep. Ook eenmanszaken, stichtingen, maatschappen, verenigingen en coöperaties krijgen die beperkte toets. Doorloop het beslisschema dat op uw situatie is afgestemd en gebruik de uitkomst voor de verklaring. De hierboven genoemde actuele EKOO-uitzondering voor de-minimissteun blijft beschikbaar als de toets moeilijkheden vaststelt.

Aanvragen

Status
sluit 3 dec 2026
Opent
Sluit
Voorwaarden voor deze aanvraagronde
  • Tender Circulaire economie: maximaal €500.000 per project; budget €2,5 miljoen.

Kies het onderdeel op de EKOO-pagina van RVO en gebruik de modellen voor het projectplan en de begroting. U kunt vooraf vrijblijvend uw projectidee laten toetsen. Voor de komende circulaire tenders is één deelnemer penvoerder. Iedere partner ondertekent een machtiging; een buitenlandse partner gebruikt de Engelse versie. Een intermediair heeft een aparte machtiging van de penvoerder nodig en gebruikt zijn eigen inloggegevens. Dien in via de online dienst van RVO met eHerkenning niveau 3 en machtiging RVO-diensten op eH3. Voeg het plan, de begroting, machtigingen, financieringsonderbouwing en de stukken over ondernemingen in moeilijkheden of de-minimis toe. De aanvraag moet bij sluiting van de tender compleet zijn.

Voor beide komende tenders moet het projectplan zelfstandig te begrijpen zijn en mag het maximaal 25 pagina’s zijn. Vermeld projectlocaties, deelnemers, onderaannemers die belangrijk bijdragen of meer dan 10% van de totale projectkosten maken, werkpakketten of mijlpalen, de categorie onderzoek/ontwikkeling, verantwoordelijkheden, resultaten en planning. Onderbouw het Nederlandse marktpotentieel, de businesscases, technische en niet-technische risico’s en vervolgstappen. Kies een lineaire begroting voor gelijkmatig verdeelde voorschotten of een mijlpalenbegroting voor voorschotten in de kwartalen waarin u kosten maakt. Voeg een openbare samenvatting toe; die wordt gepubliceerd als het project subsidie krijgt. Beschrijf hoe u opgedane kennis en resultaten actief verspreidt. Dit is verplicht en hiervoor ontvangt u geen subsidie. Kennisdeling die rechtstreeks nodig is voor het onderzoek valt afzonderlijk onder de regels voor subsidiabele onderzoeksactiviteiten. U mag uw eigen bijdrage niet financieren met de aangevraagde subsidie waarvoor het uurtarief van €80 geldt, ook niet als u een lager uurtarief gebruikt.

RVO rangschikt geschikte aanvragen na de sluiting, met advies van onafhankelijke deskundigen. De beoordeling gaat over de bijdrage aan de doelen, de slaagkans in de Nederlandse markt en maatschappij, vernieuwing ten opzichte van de internationale stand en versterking van Nederlandse kennis, en de projectkwaliteit. Daarbij tellen aanpak, risico’s, uitvoerbaarheid, deelnemers en efficiënt middelengebruik mee. U heeft minstens drie punten per rangschikkingscriterium nodig. Projecten met voldoende punten krijgen subsidie op volgorde van de rangschikking totdat het budget op is. RVO beoordeelt binnen dertien weken en kan dit eenmaal met dertien weken verlengen.

De subsidiebeschikking bepaalt het betaalschema en uw verplichtingen. RVO betaalt automatisch voorschotten op basis van de begroting, meestal rechtstreeks aan iedere deelnemer. Bij projecten langer dan twaalf maanden levert u jaarlijks een voortgangsrapportage in op de data in de beschikking. Meld belangrijke wijzigingen onmiddellijk en vraag vooraf toestemming als dat nodig is. Zonder toestemming kan subsidie vervallen of lager worden. Bij afrekening op werkelijke kosten moeten volgens de algemene regels afwijkingen van meer dan 25% in een kostenpost of jaar-/mijlpaalkosten worden gemeld. Bewaar de vereiste werk-, uren- en kostenadministratie vijf jaar na de vaststelling, gebruik de resultaten in die periode volgens de voorwaarden en werk mee aan evaluatie.

Vraag na afloop via RVO vaststelling aan, binnen dertien weken na de geplande einddatum in de beschikking. RVO bepaalt het definitieve bedrag en verrekent te veel of te weinig ontvangen voorschotten. Voeg een eindrapport toe, een bestuursverklaring bij subsidies tussen €25.000 en €125.000 en een controleverklaring vanaf €125.000. Bij de categorie €25.000–€125.000 wordt afgerekend op werkelijke kosten minus opbrengsten. RVO beoordeelt de vaststelling binnen dertien weken en kan dit eenmaal met dertien weken verlengen.

Officiële bronnen